Een brief aan Søren Kierkegaard

0
12
Gratis anvendelse (foto10930) Post Danmark Frimærker udgiver 4. marts 2013 et frimærke i anledning af 200 år for Søren Kirkegaards fødsel. Han blev født 18. maj 1813 og blev en verdensberømt dansk teolog, filosof og forfatter. Han hører til blandt de mest indflydelsesrige danske kulturpersonligheder, og hans værker er i dag oversat til alverdens sprog.

Jan Keij, auteur van Kierkegaard anders gezien, schreef aan de hand van zijn boek een brief aan de Deense Filosoof. “Ik leef mij in, en ik verwerk aldus uw filosofie, zodat de volgorde deze is: eerst verwerken en dan kritiseren. En dat laatste dan met enige schroom, want de criticus maakt zich met zijn kritiek al snel belachelijk, doordat zij duidelijk maakt dat de kritiek het gevolg is van het eigen onbegrip.”

 

Ede, 7-12-2015

Zeer geachte heer Kierkegaard,

Toen ik aan deze brief begon heb ik even overwogen om de aanhef te beginnen met ‘Beste Søren’. Maar mijn achting van u heeft tijdens het bestuderen van uw werk zodanig gigantische proporties aangenomen dat ik daar van heb afgezien. Niet dat ik mij klein ben gaan voelen bij het lezen van uw boeken – integendeel, ik groeide erdoor. Maar de ongelofelijke levenswijsheid die uit uw werk spreekt, gekoppeld aan een grandioos inzicht in de menselijke psyche: dat maakte u voor mij ontzaglijk. Vandaar mijn ontzag, en vandaar mijn feitelijke aanhef.

U was dertig toen u het boek Of/of voltooide, binnen een tijdsbestek van vier, misschien vijf maanden (zonder knippen en plakken); een boek met een omvang van ruim achthonderd pagina’s. Als je de schrijver ervan niet kende dan zou je denken dat het geschreven was door een door het leven gerijpt mens van over de vijftig. Het bevat diepzinnigheden, rake typeringen van de mens en zijn existentie die wijzen op een geniale geest met veel levenservaring. Het is met een taalvaardigheid geschreven die een genot is om te lezen, zelfs als de lezer u niet begrijpt. Bovendien heeft dit boek en uw verdere oeuvre een vernieuwing in filosofie gebracht: u bent de eerste existentiedenker, nog voor de komst van Nietzsche. En u bent de eerste differentiedenker, nog voordat de Franse denkers uit de twintigste eeuw op het idee van de differentie kwamen (en hun illustere Deense voorganger is ze ontgaan). Jammer dat u een Deen was en dus binnen het beperkte taalgebied van het Deens moest schrijven. Als u een Duitser of Fransman was geweest dan zou uw roem direct tot een plaats naast de allergrootste filosofen hebben geleid. Dan zou uw invloed op de filosofie vele malen groter zijn geweest, en dan zou mijn lijffilosoof, Levinas, niet zo’n misinterpretatie van Vrees en beven hebben gegeven, maar juist zijn sterke verwantschap hebben erkend.

Ik prijs mij daarom gelukkig dat ik uw werk ben gaan bestuderen. Uw vermeende christelijkheid heeft mij, agnost, daar een tijd lang van weerhouden. Helaas misschien. Maar ja, beter laat dan nooit. En ben ik nu zo enthousiast dat dit mij blind maakt voor mogelijke tekorten in uw denken? Alsof ik een volgeling van u ben, hetgeen, volgens Nietzsche, een kwalijke zaak zou zijn? Want ja, volgelingen zijn volgens hem nullen. Nou nee, de zaak zit zo: in eerste instantie ben ik uiteraard een volgeling. Want ik stel mij open voor uw ideeën, ik loop met uw gedachtewereld mee. Ik leef mij in, en ik verwerk aldus uw filosofie, zodat de volgorde deze is: eerst verwerken en dan kritiseren. En dat laatste dan met enige schroom, want de criticus maakt zich met zijn kritiek al snel belachelijk, doordat zij duidelijk maakt dat de kritiek het gevolg is van het eigen onbegrip.

Ik ben niet blind en ik ben slechts in eerste instantie volgeling. Met mijn boek Kierkegaard anders gezien heb ik u juist heel vrij en eigenwijs geïnterpreteerd, eigen gemaakt, voor mijn leven toepasbaar gemaakt. Ik heb uw christelijkheid niet zozeer genegeerd als wel verbreed tot een religiositeit die de mensheid zou kunnen verbroederen, voorbij alle ‘religieuze’ geweld. En ik hoop dat u dit kunt waarderen. Ik hoop, anders gezegd, dat u zult kunnen waarderen dat ik Christus niet als mijn verlosser zie, maar dat uw filosofie mij heeft duidelijk gemaakt dat ik, juist als ‘ik’, moet verlossen, de verlosser wil zijn door mijn ethische houding tegenover de wereld. En dat daarin mijn bestemming als mens ligt.

Ik draag mijn boek aan u op. En om van deze brief geen oneindige te maken (zoals het geval is bij de brief van de rechter in Of/of) maak ik er nu een einde aan met een vraag die mij tijdens mijn studie van uw filosofie steeds bezighield: u stelt herhaaldelijk dat zwaarmoedigheid bij een mens het gevolg is van een geest die niet tot zijn bestemming komt. Maar… u bent zelf uw leven lang geplaagd door zwaarmoedigheid. Hoe valt dit te rijmen met dat existentiële vastlopen?

 

Zeer hoogachtend,Kierkegaard anders gezien - Jan Keij

uw leerling die geen leerling is gebleven,

 

Jan Keij

 

 

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER