De blijvende waarde van de filosofie volgens Henri Oosthout

0
7

Wat is voor de filosofie van blijvende waarde? Classicus, wiskundige en filosoof Henri Oosthout beschrijft het in zijn boek Kritische geschiedenis van de westerse wijsbegeerte (deel 1). Speciaal voor Filoblog schreef hij aan de hand van zijn boek een blog over deze vraag.

Wijsbegeerte is onvervulbaar streven. De wijsgeer stelt vragen die het verstand aan hem opdringt maar waarop geen definitieve antwoorden bestaan. Wijsbegeerte en haar geschiedenis zijn daarom innig verbonden. Terwijl een wetenschappelijk vakgebied zo goed is als zijn laatste theorie, treedt in de wijsbegeerte het nieuwe niet in plaats van het oude. In dit opzicht lijkt de wijsgeer meer op de kunstenaar dan op de wetenschappelijke onderzoeker. Het wereldbeeld van Ptolemaeus is achterhaald door de moderne kosmologie. Het denken van Plato wekt nog evenzeer belangstelling als de tempels en beeldhouwwerken die Plato’s Athene sierden.

Wat leren ons de filosofen van het verleden? Populair zijn de pogingen om oude denkers te actualiseren, zoals dat heet, hun denken te vernauwen tot hapklare levenswijsheden — ‘Spinoza vond al zus, Nietzsche vindt zo’ — die een weldenkend mens meestal ook op eigen kracht kan verzinnen. Tegelijkertijd is het een waarheid als een koe dat de filosofie in de eeuwen van haar bestaan niet één onbetwistbare waarheid aan het licht heeft gebracht.  Waarheid, of liever de schijn daarvan, is het domein van de filosofische peuteraars. Van grote filosofen hebben wij geen onomstotelijke zekerheid te verwachten. De wijsgeer beweegt zich op het glibberige pad tussen de zinloze waarheid van de wiskunde en de zinrijke fantasie van de dichtkunst. De goede wijsgeer is een dichter in proza. De goede filosofie is een gedurfde vertelling over waarom de wereld en het leven zijn zoals zij zijn.

Men doet de denkers van het verleden daarom bij uitstek recht door met hen in debat te gaan, hen te volgen in hun redeneringen, hun argumenten te wegen. Worden filosofische ideeën losgescheurd uit de taal waarin zij zijn verwoord, dan verpieteren zij tot schoolwijsheden, kleine filosofie waarover men snel is uitgepraat. Het feit dat Plato in ‘vormen’ geloofde, dat Aristoteles een ‘deugdethiek’ propageerde, is op zich oninteressant. Het is boeiend na te gaan waarom Plato met zijn vormen aankwam, langs welke wegen Aristoteles zijn morele inzichten ontwikkelt. Waarom nog Plato, Aristoteles, Epicurus, Plotinus, Augustinus lezen?  Omdat hun filosofie geen dorre dogmatiek is, geen slaapmiddel van de geest. Omdat zij erin slagen ons te overtuigen maar ons ook prikkelen tot kritiek, tegenspraak, verder denken.

Wat de wijsgeren van de Oudheid koesterden en wat de moderne filosofie vrijwel heeft verloren is het verlangen naar de grote synthese, de vereniging van filosofisch denken — alomvattend denken — en filosofisch leven. De antieke filosofie was alomvattend in haar streven naar kennis. Haar beoefenaars bewogen zich zonder scherpe scheidslijnen van natuuronderzoek naar ethiek, van logica naar politiek. Kom daar tegenwoordig eens om bij fysici die zich geen raad weten met geest en vrije wil, of bij filosofen die zich verschansen achter een mensbeeld waaraan de resultaten van honderdvijftig jaar natuurwetenschappelijk onderzoek voorbij zijn gegaan.

Bovenal wisten de wijsgeren van het oude Griekenland en Rome theorie en praktijk harmonieus te verbinden. De antieke denkers hebben laten zien hoe men moet filosoferen; de modernen hebben het filosofendom uitgevonden. Tegenwoordig kan men filosoof zijn zonder filosofisch te leven. De moderne filosoof is ofwel een gespecialiseerde academicus ofwel een debitant van lichte adviezen voor de jachtige medemens. De antieke filosoof streefde naar een wijsheid waarin leven en leer, theorie en praktijk, innig verweven zijn. De leer gaf richting aan het leven maar alleen het leven verleende zin aan de leer.

 

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER