Laat op de dag komt de avond om het etmaal af te sluiten'. Deze wat nostalgische beeldvorming bepaalt nog grotendeels onze voorstelling van de veertiende en vijftiende eeuw. Was het inderdaad niet de periode van de Zwarte Dood, van de Honderdjarige Oorlog, van de ineenstorting van het keizerrijk en het pausdom? En niet te vergeten, die van de toenemende schittering van de Italiaanse Renaissance? Ongetwijfeld waren er in deze eeuwen belangrijke cultuurcomponenten aan het verdwijnen, maar het accent ligt toch anders. Niet "een afscheid nemen" maar integendeel het zien groeien van een vernieuwing die in zich de belofte draagt van de 'moderne mens', karakteriseert deze zogenaamde eindfase van de Middeleeuwen.
Die cultuurhistorische hoofdstroom beschrijven en begrijpen, samen met de talrijke zijrivieren die hem op wisselende afstanden voeden, is de opzet van dit boek. De weg die hierbij gevolgd wordt, vertrekt van de beschrijving van de moeilijke en soms uitzichtloze situatie van deze periode.
Laat op de dag komt de avond om het etmaal af te sluiten'. Deze wat nostalgische beeldvorming bepaalt nog grotendeels onze voorstelling van de veertiende en vijftiende eeuw. Was het inderdaad niet de periode van de Zwarte Dood, van de Honderdjarige Oorlog, van de ineenstorting van het keizerrijk en het pausdom? En niet te vergeten, die van de toenemende schittering van de Italiaanse Renaissance? Ongetwijfeld waren er in deze eeuwen belangrijke cultuurcomponenten aan het verdwijnen, maar het accent ligt toch anders. Niet "een afscheid nemen" maar integendeel het zien groeien van een vernieuwing die in zich de belofte draagt van de 'moderne mens', karakteriseert deze zogenaamde eindfase van de Middeleeuwen.
Die cultuurhistorische hoofdstroom beschrijven en begrijpen, samen met de talrijke zijrivieren die hem op wisselende afstanden voeden, is de opzet van dit boek. De weg die hierbij gevolgd wordt, vertrekt van de beschrijving van de moeilijke en soms uitzichtloze situatie van deze periode. Deze historia calamitatum van Europa heeft haar cultuurhistorisch belang in die zin dat de schokken die de samenleving te verduren kreeg, met alle ellende die dat meebracht, toch ook gewerkt hebben als een soort katalysator waardoor een vernieuwing zich wellicht sneller en grondiger dan normaal heeft kunnen doorzetten. In dit kader volgen we vervolgens de implosie van de twee grote universele machten van de Middeleeuwen, namelijk het keizerrijk en het pausdom. De plaats die zij openlieten wordt ingenomen door de territoriale koninkrijken. Vooral Frankrijk, Engeland en het Bourgondische 'experiment' vragen hier de aandacht. Deze ontwikkelingen beroerden niet enkel de politieke besluitvorming maar waren tegelijk oorzaak én resultaat van diepgaande veranderingen in het mens- en wereldbeeld. In een samenleving die tendeert naar een groeiend absolutisme, komt een mens naar voren die na het uiteenvallen van de 'door God gewijde samenleving' zijn eigen weg, zijn eigen Godsgeloof op een persoonlijke manier tracht te realiseren. Van deze beschavingsevolutie zijn filosofen en theologen als Gerson en Ockham en kunstenaars als Dante, Masaccio, Villon en de Vlaamse Primitieven de sprekende herauten.
De Europese beschavingsevolutie in de veertiende en vijftiende eeuw, meeslepend beschreven.
Prof.dr. Raoul Bauer (1944) is hoogleraar Cultuurgeschiedenis aan het departement Architectuur van Sint-Lucas (Gent/Brussel) en als erkend navorser verbonden aan de KU Leuven. Hij publiceerde o.a. De twaalfde eeuw. Een breuklijn in onze beschaving (1984), De geniale mislukking van de Middeleeuwen (1985), Een verhaal van vrijheid en macht, Vézelay (1987), In het teken van verzoening. Brief van Petrus Venerabilis, abt van Cluny (1991) en het meermaals bekroonde De Lage Landen. Een geschiedenis in de spiegel van Europa (1994). Tevens was hij redacteur bij o.m. Het laatste debat (1998), Onbehagen van de moderniteit (2001) en In de voetsporen van Jacob van Maerlant (2002).
Lees verder »
![]() |
abonneer op RSS feeds | ![]() |
deel deze pagina met je vrienden |

Raoul Bauer (1944) is hoogleraar Cultuurgeschiedenis aan het departement Architectuur van Sint-Lucas (Gent/Brussel) en als erkend navorser verbonden aan de KU Leuven. Hij publiceerde o.a. De twaalfde eeuw. Een breuklijn in onze beschaving (1984), De geniale mislukking van de Middeleeuwen (1985), Een verhaal van vrijheid en macht, Vézelay (1987), In het teken van verzoening. Brief van Petrus Venerabilis, abt van Cluny (1991), en het meermaals bekroonde De Lage Landen. Een geschiedenis in de spiegel van Europa (1994). Tevens hij redacteur bij o.m. Het laatste debat (1998), Onbehagen met de moderniteit (2001) en In de voetsporen van Jacob van Maerlant (2002).
Wat wordt er op Twitter gezegd over ?
Er zijn geen downloads bij 'Tussen rampspoed en vernieuwing'.