Brieven die het algemene beeld van Sigmund Freud veranderen

0
1

Brieven aan Jeanne Lampl-de Groot 1921-1939 - Sigmund Freud‘Een hoeveelheid kleine emigranten-ellende naast de grote.’ Met dit citaat uit een van de laatste brieven van Sigmund Freud, uit 1938, aan Jeanne Lampl-de Groot (1895-1987), de vrouwelijke nestor van de psychoanalyse in Nederland, begint een artikel in het Jahrbuch der Psychoanalyse over Freud als briefschrijver door Gerhard Fichtner – hoogleraar Geschiedenis van de psychoanalyse in Tübingen.
Freud en Lampl-de Groot zijn kort tevoren voor het nazigeweld gevlucht uit Wenen; Freud met zijn gezin naar Londen en Jeanne Lampl met haar kinderen en haar Joodse echtgenoot naar haar ouderlijk huis in Den Haag. De bovengenoemde brief aan Jeanne Lampl laat zien dat Freud over het vermogen beschikte een dramatisch tijdsgewricht uit te beelden door de actuele toestand van zijn familie te schilderen; een staaltje mentaliteitsgeschiedenis avant la lettre.

Het is bekend dat Freud duizenden brieven heeft geschreven, naast de beroemde Bruidsbrieven aan zijn toekomstige vrouw Martha Bernays. Hij schreef ook aan collega’s en aan prominente auteurs van zijn tijd zoals Marie Bonaparte, Karl Abraham, Ludwig Binswanger, Carl Jung, Stefan Zweig, Lou Andreas-Salomé en Thomas Mann.

Aan deze publicatie van Freuds brieven aan Jeanne Lampl-de Groot is – naast biografische gegevens over Lampl-de Groot – een compilatie van brieven toegevoegd die zij rond het begin van haar psychoanalyse bij Freud aan haar moeder schreef. Zij verschaffen een boeiend beeld van de sfeer waarin de psychoanalyse internationaal tot bloei kwam. Jeanne Lampl-de Groot had daar een onvervreemdbaar aandeel in. Zij vormen een bijzonder belangrijke toevoeging aan de brieven van Freud, omdat de tegenbrieven van Jeanne aan Freud in deze correspondentie ontbreken, volgens een toegevoegde aantekening van Jeanne dat háár brieven bij de ‘Anschluss’ zijn vernietigd. In deze brieven van Jeanne aan haar ouders schrijft ze openhartig en gedetailleerd ook over haar ervaringen tijdens haar analyse bij Freud maar ook over de groep jaargenoten, zoals Anna Freud en Ruth Mack-Brunswick, de laatste bekend van het boek over de analyse van de Wolvenman.

Nadat uit de bespreking van de hierboven genoemde Freud-brief duidelijk werd dat er meer brieven aan Jeanne Lampl moesten zijn heeft de vertaler Gertie Bögels een kopie gevraagd bij de Washington Congress Library. Het bleek te gaan om zesenzeventig brieven van Freud aan Lampl-de Groot, waarvan twee onder embargo tot het jaar 2008, echter geschreven in het niet gemakkelijk leesbare, ‘Sütterlin-schrift’. Na bemiddeling bood Gerhard Fichtner zijn transcripties van Freuds brieven aan, onder de enkele voorwaarde van zijn naamsvermelding bij publicatie. Fichtner is tijdens het vertalen van de brieven, tot aan zijn overlijden op 4 januari 2012, behulpzaam geweest bij het ophelderen van onduidelijke passages, Oostenrijkse uitdrukkingen of verwijzingen naar onbekende situaties.

De brieven van Freud aan Jeanne Lampl-de Groot zijn als geheel niet eerder in het Nederlands noch in het Duits uitgegeven. De vertaling uit het Duits geschiedde onder het kritisch en deskundig oog van Etty Mulder, hoogleraar Cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit en van Frida Balk-Smit Duyzentkunst, hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam.

De brieven beslaan de periode van 1921 tot vlak voor de dood van Freud in 1939. Zij geven een beeld van de bruisende en noodlottige jaren van het interbellum in Berlijn en Wenen. De toenemende politieke en persoonlijke spanningen, het opkomend antisemitisme en het nazigeweld vinden hun weerslag in de wijze waarop collegiale en vriendschappelijke relaties onder druk komen te staan. Ingrijpende gebeurtenissen als de boekverbranding in mei 1933 op de Berlijnse Opernplatz, volgend jaar tachtig jaar geleden, leiden tot de massale uittocht van Joodse psychoanalytici naar andere Europese landen, waaronder Nederland, en naar de Verenigde Staten. Deze brieven van Freud aan Jeanne Lampl-de Groot bieden als uniek document een docudrama van de strijd om het behoud van de cultuur, de literatuur, het dierbare, moeizaam verworven wetenschappelijk werk. De vertaling staat ook in de traditie van het belang om teksten te bewaren, zoals Ilse Grubrich Simitis, de co-redacteur van Fichtner, weergeeft in haar boek Zurück zu Freuds Texten onder het motto: ‘Stumme Documente sprechen machen’: ‘de behoefte om de nalatenschap van belangrijke auteurs te behoeden voor vergeten en vervormen. Het besef dat de overgeleverde teksten niet alleen het geheugen van de mensheid vormen’ maar ook het leven zelf aangaan: ‘Das war Vorspiel nur. Dort, wo man Bücher verbrennt, verbrennt man am Ende auch Menschen’, Heinrich Heine (1821).
De Freud-brieven zijn zowel spannende als ontspannende lectuur; zijn persoon komt er verrassend in naar voren; hoe hij dwars door alle marginale zaken heen ineens met belangrijke onderwerpen komt, een prachtige vermenging van alledaagse, triviale, vriendschappelijke en belangrijke wetenschappelijke onderwerpen. De uitwisselingen over zijn medische toestand en de emotionele wisselingen die Lampl-de Groot bij haar echtgenoot meent waar te nemen komen aan de orde. Daarnaast schrijft Freud over de operaties die hij sinds zijn kaakcarcinoom geregeld moet ondergaan. De rust, de toon waarin hij schrijft, ondanks de last met de verhemelte-prothese en dat hij er haar over schrijft en zij – dat valt uit zijn antwoorden af te leiden – over de problemen met haar echtgenoot, een vroegere huisvriend van het Freud-gezin: dan is het de correspondentie tussen twee medici. Boeiend is ook de gelijkwaardigheid van de visie op het wetenschappelijk werk nadat Lampl-de Groot in 1927 zelf is gaan schrijven en kritiek op zijn theorie levert.

Freud heeft een helder en alledaags taalgebruik. Zo laat hij zien hoe hij een bepaalde methode van nadenken over kwesties hanteert; het denken over een probleem spreekt voor hem vanzelf, waarbij hij de ontwikkeling van belangrijke ideeën ziet als een bewuste en onbewuste activiteit. Hij heeft een moderne schrijf- en redeneertrant, een lichtheid, maar ook heel betrokken, en een lichte ironie.

Uit de vele contacten die in de brieven aan de orde komen ziet men duidelijk de rol weerspiegeld die Freud en Jeanne Lampl-de Groot innemen in de intellectuele, politieke actualiteit van deze aangrijpende en in wetenschappelijk opzicht bloeiende periode. De publicatie van deze brieven zal het algemene beeld van Freud veranderen.

Gertie Bögels

Sigmund Freud: Brieven aan Jeanne Lampl-de Groot 1921-1939 (Uitgeverij Sjibbolet). Redactie, inleiding & vertaling Gertie Bögels.
Dr. G.F. Bögels is zenuwarts en leeranalytica. Zij is werkzaam als supervisor binnen de verschillende Nederlandse verenigingen voor psychoanalyse en psychotherapie en publiceerde over intergenerationele oorlogsgevolgen, psychoanalyse & infantresearch; over Jean Piaget en Alice Miller. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER