De reis van de ziel

0
1

Op 15 november vond in Groningen het symposium ‘Het gewicht van de ziel’ plaats naar aanleiding van de uitgave van Renée van Riessen: De ziel opnieuw (Oratio). Désanne van Brederode en prof. dr. Frits de Lange hielden een lezing die we op Filoblog publiceren. Hieronder de toespraak van prof. dr. Frits de Lange.

***

De ziel bestaat niet, net zomin als God ‘bestaat’.  Je speelt dan het verkeerde taalspel.  De ziel is – met woorden als ‘spiritualiteit’, ‘God’, ‘menselijke waardigheid’  ­–  in de hedendaagse cultuur een herinneringsplaats, een lieu de mémoire geworden van een vergeten manier van spreken van de mens over zichzelf. Onze tijd lijdt aan zielsvergetelheid. Dat we toch telkens weer terug keren naar de ziel, hem niet kunnen missen in de taal, is een teken van zijn vitaliteit.  Zonder ziel gaat de mens dood. Een mens is dan ook meer dan zijn brein. Er zit meer in onze aard, dan een beestje.

Gerard Visser beschrijft treffend dat zowel de metafysica, als de natuurwetenschap de regels van het taalspel van de ziel niet meer kennen. Voor de metafysica is de ziel een intellectuele en productieve substantie, waarvan de wetenschap vervolgens heeft aangetoond dat hij niet  bestaat.  Als  ziel staat voor  “het principieel ondoorgrondelijke van herkomst en bestemming van het leven”, schrijft Visser, dan  is de ziel “in de Europese filosofie en wetenschap gestorven aan de illusie van haar kenbaarheid.” Waar is de ziel nog thuis? In de poëzie, in de mystiek, de esoterie, de Jungiaanse psychologie.  En in een paar zijkamers van het huis van de filosofie (levensfilosofie, fenomenologie). Visser beschrijft zelf in hun termen de ziel als affectieve en receptieve resonantieruimte.

De ziel is een manier van spreken van de mens over zichzelf. ‘Ziel’ zeg je,  om aan te geven dat we meer zijn dan onszelf, dat we niet samenvallen met onszelf. Dat ons zelf geen ding is, maar dat ons zelf – om met Kierkegaard te spreken -­ een verhouding is, die zich tot zichzelf verhoudt.  Je kunt het ook beelden zeggen: de ziel – dat ben ik,  onderweg naar mijzelf.  Op weg zijn is een metafoor.  We moeten blijkbaar narratief over onze identiteit willen spreken, anders missen we de essentie.

Dat miniverhaaltje ‘onderweg zijn’ is het waard op uitgepakt te worden. De reist. In de mythen van de mensheid is dat verhaal op tal van manier verteld.  De parabel van de grot van Plato is de klassieke verbeelding ervan.  Het is de oermythe van de westerse mystiek geworden, overgenomen door de christelijke traditie.  De reis van de ziel, dat is het verhaal van zijn opgang in God. Een paar structuurkenmerken komen telkens terug.  De ziel heeft een bestemming; De ziel verlangt naar het goede; De ziel blijft niet wie hij was; De ziel strijdt; De ziel reist nooit alleen. Joseph Campbell heeft de bouwstenen van deze ‘mono-mythe’ imposant beschreven in zijn ‘De Held met de Duizend Gezichten’.

Ik denk dat Renée van Riessen terecht ‘de ziel opnieuw’ weer op de agenda van de filosofie zet. Maar ook de theologie lijdt onder zielsvergetelheid, en zou de taal van de ziel opnieuw weer moeten leren spreken.  De theologie is sprakeloos geworden, sinds zij ook over God als een ding, een substantie ging beschouwen.  ‘God’ is in de theologie,  door de mangel van de metafysica en natuurwetenschap  gehaald, ook ‘aan de illusie van zijn kenbaarheid gestorven’.  Door opnieuw het taalspel van de ziel te leren spelen, zal de theologie misschien ook weer betekenisvol over God kunnen spreken. Ziel – dat is de taal van de existentie, de mens die nooit samenvalt met zichzelf, maar onderweg is naar zichzelf. Of naar zich Zelf met een grote Z? Is dat ongekende Zelf niet misschien zelf …. God? Wordt God niet geboren in de ziel? (Meister Eckhart).  Hoe dan ook, God en ziel, de twee trekken samen op.

Dan wordt theologie mystagogie. ‘De hedendaagse theologie moet onbevangen bij de mens beginnen, bij zijn zelfervaring, bij zijn existentie, en goed beschouwd, moet ze ook bij hem eindigen.’ schrijft  Karl Rahner. ‘De christelijke boodschap die aan de mensen moet worden aangeboden, is niet het aanbod van iets vreemds of iets van buitenaf, maar het opwekken en interpreteren van het binnenste in de mens, van de meest diepe dimensie van zijn existentie.’  Laat de theologie maar eens weer in de ziel gaan roeren.

Frits de Lange


Frits de Lange is als hoogleraar ethiek verbonden aan de Protestantse Theologische Universiteit (Kampen). Bekijk hier het overzicht van zijn uitgaven die verschenen zijn bij Uitgeverij Meinema.

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER