Filosofie

De vertoeristisering van het wereldbeeld

Het ware leven is elders - Ruud WeltenWanneer u komende zomer in het buitenland bent, beschouwt u zichzelf dan als een reiziger of als een toerist? Het zijn niet de definities van beide woorden waarop we ons beroepen wanneer we deze vraag trachten te beantwoorden, maar de associaties die ze bij ons oproepen. Want hoe de definities ook luiden, er bestaat een gevoelsonderscheid tussen reizigers en toeristen. Het woord reiziger doet mij onmiddellijk denken aan iemand die zijn thuis achterlaat, de wereld intrekt en allerlei nieuwe indrukken opdoet. Een toerist is iemand die er ‘even uit’ is, in een rij voor een museum of pretpark gaat staan, om daarna in elk geval weer terug te keren naar huis. Maar dit onderscheid blijkt al snel te clichématig. Wat mij intrigeert, is hoe we tegen onszelf aankijken wanneer we reizen en wat onze verwachtingen daarbij zijn. En dat vraagt om enige zelfreflectie. In mijn boek Het ware leven is elders ben ik vooral op zoek naar deze zelfreflectie die het reizen kan bieden. Uitvoerig blijf ik bijvoorbeeld stilstaan bij de overwegingen bij zijn eigen reislust die Montaigne deelt met de lezer van de Essays. En ik ben gefascineerd door het werk van de Franse negentiende eeuwse schrijver Stendhal, die zichzelf als weinig pretentieuze reiziger beschouwde en daarvoor als eerste in onze moderne cultuur heel bewust het woord ‘toerist’ gebruikte.

Een hedendaagse Franse schrijver, Julien Blanc-Gras, lijkt in deze traditie van Stendhal te staan, wanneer hij in zijn boek Touriste, schrijft: ‘Ik ben niet veeleisend. Toerist zijn, dat is genoeg voor mij’. Dit roept het beeld op van een reiziger die snel tevreden is, die niet per sé het onderste uit de kan hoeft te halen, die niet de gehele geschiedenis van Egypte hoeft te kennen alvorens te kunnen genieten van piramides en van een guided tour door de woestijn. In de toeristische houding — de Tourist Gaze zoals socioloog John Urry hem mooi noemde — beschouwen we onszelf als niet veeleisende, onschuldige globetrotters. Het is de houding die je overigens al tegenkomt bij Montaigne, wanneer hij in zijn Essays zegt: ‘Ik stel mij er tevreden mee van de wereld te genieten zonder mij er veel mee te bemoeien, om louter een leven te leiden dat geen blaam treft, waarbij ik mezelf noch anderen tot last ben.’ Maar klopt dit zelfbeeld van de toerist wel?

Is het waar dat de toeristische houding niet veeleisend is? Ik denk dat het tegendeel het geval is. De moderne toerist is een geglobaliseerde consument, voor wie de wereld klaar wordt gemaakt om door hem bereisd te worden. Zijn verwachtingen: warmte, schoonheid, gastvrijheid, glimlachende mensen, veiligheid en betaalbaarheid; zaken en eigenschappen die bepaald niet vanzelfsprekend zijn in de wereld. Maar als de toerist zichzelf als onschuldige, niet veeleisende reiziger wil kunnen beschouwen, dan betekent dat, dat de wereld zich moet herordenen naar deze consumentenverwachtingen. En dat brengt reizen vandaag in een paradoxale situatie.

Want enerzijds biedt het toerisme een kans om de wereld te zien en om in aanraking te komen met andere culturen en mensen, anderzijds reduceert het toerisme de wereld vaak tot een verzameling van clichématige voorstellingen. Want vandaag lijkt het, ondanks dat de zichzelf respecterende reiziger zichzelf niet in het woord herkent, nog onmogelijk om nog te reizen zonder daarbij toerist te zijn. De wereld is in snel tempo aan het vertoeristiseren: steeds meer krijgt zij de gedaante van een supermarkt van mooie plekjes. In de wereld zoals ze nog niet lang geleden was, was reizen in veel opzichten een inspanning. Niet alleen moesten we op een vaak moeizame manier ons verplaatsen: deze verplaatsing deed een sterk beroep op onze kosmopolitische vaardigheden. We moesten ons bewegen in een andere cultuur, waar andere normen gelden, zonder het comfort van thuis, en we werden geconfronteerd met delen van de wereld die we niet vanuit ons eigen begrippenkader konden begrijpen. Het is waar dat dit natuurlijk niet geheel verdwenen is, maar steeds meer wordt de wereld geserveerd en herordend naar de wens en smaak van de moderne, vermogende consument. Waren het eerst slechts de dingen die, eenmaal koopwaar geworden, een eigen leven gingen leiden, ons gingen verleiden tot koopgedrag, nu is het de wereld zelf, inclusief de verscheidenheid aan cultuur en natuur, andere mensen (‘locals’) en andere geschiedenissen, die zich gaat gedragen naar de mechanismen van de vrije markt. En zeker, dit biedt talloze mogelijkheden voor het moderne individu, dat zijn of haar hand niet meer omkeert voor een verre reis. Maar hoe meer en hoe verder we reizen, en hoe minder reizen iets unieks in ons leven is, des te moeilijker wordt het om met het andere geconfronteerd te worden.

In een vertoeristiseerde wereld is het moeilijk om te reizen zonder toerist te zijn. Maar eerder dan dat het gaat om welke plaatsen we bezoeken (plaatsen die ‘toeristisch’ zijn of juist de plaatsen die ‘niet door het toerisme zijn aangetast’ zoals een veelzeggende en veelgebruikte zinsfrase zegt) denk ik dat het gaat om onze eigen houding ten aanzien van de wereld en onszelf wanneer we reizen. En over deze houding kunnen we nu juist veel leren van reizende denkers, zoals bijvoorbeeld Montaigne, Goethe, Stendhal of Sartre.

Ruud Welten


Ruud Welten (1962) is als filosoof verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Hij is tevens lector ethiek aan de Hospitality Business School van de hogeschool Saxion te Deventer. Onlangs verscheen bij Uitgeverij Klement zijn nieuwe boek Het ware leven is elders.

Deel:
VORIGE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie
VOLGENDE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie

Reactie (2)

  1. Daphne Dertien

    Mooi artikel dat tot nadenken stemt! Komt goed van pas nu veel mensen vakantieplannen aan het maken zijn.

  2. Robert Lopes Cardozo

    Geachte Ruud Welten,

    Zojuist heb ik met plezier naar uw woorden op de radio geluisterd. Ik zie het allemaal totaal anders. Vakantie is m.i. een korte, gereglementeerde ontsnapping aan het knellende, burgerlijke bestaan. In de eerste plaats lichamelijk: op het strand moeizaam in de zon bakken om daarna te baden en in gestreken kleren te kunnen uitwaaien langs de boulevard, op de geur af een restaurantje te kiezen en tenslotte seks. Getrouwde mannen worden dan weer verliefd op hun eigen vrouw. Goethe was homo en pas in Italië durfde hij vrijuit naar de jonge mannen te kijken, en durfde hij af te dalen naar hun prachtige wereld, in het land waar de citroenen bloeien. Ik geloof de mensen niet die zeggen de geveltjes in Amsterdam te willen zien of de tempels in Thailand. Parijs, oh la la, heeft een aantrekkelijke, verdorven uitstraling.

    Mensen die hun leven lang gewerkt hebben om een doorzonwoning te kunnen betalen bezoeken graag kastelen en paleizen. In den vreemde is het toegestaan je ongegeneerd met koningen en rijkaards te identificeren. Mijn moeder, die tijdens haar hele leven veel energie had gestoken in het netjes houden van haar tuin, maakte als weduwe graag tuinenreizen naar Engeland, uit onbeschaamde zwelgbehoefte.

    Jongens die niet van voetballen houden voelen zich bevrijd in de ruige natuur. Die beklimmen graag in hun eentje een hoge berg, met een weergaloos uitzicht nadat de zon net is opgekomen.
    Met vriendelijke groeten,

    Robert Lopes Cardozo (1948; Amsterdam)

Geef een reactie