Denken als passie

1
0

Dirk De Schutter“Je moet je vooral niet opwinden. Je moet het filosofisch opnemen.” Hoe vaak hebben we die wijd verspreide, populaire opmerking al gehoord? Ze verraadt wat in brede kring onder filosofie verstaan wordt: de filosoof houdt zich ver van het gewoel, hij slaagt erin om alle heikele aangelegenheden met een korrel zout te nemen, de filosofie als vak stelt je in staat om bovenal je gemoedsrust te behouden… Deze opvatting leeft niet alleen bij de leek, maar ook bij beroepsfilosofen. In Denken maakt Arendt brandhout van deze visie. Ze laat zien dat het denken ons niet van de wereld en de werkelijkheid afkeert, maar juist op gang komt omdat we door de wereld aangesproken en uitgedaagd worden. Het denken stoot zich aan de wereld en wat in de wereld gebeurt, en gaat op zoek naar de zin van die gebeurtenissen. Terwijl kennis zich interesseert voor de ware toedracht en zich toelegt op een causaal begrip van het werkelijke, poogt het denken de zin en de betekenis van het werkelijke te articuleren.

Arendt bekent zich in dit boek tot de traditie van de fenomenologie  die de verschijningswijze van dingen en handelingen absoluut respecteert. Het oppervlak verbergt in deze optiek geen ware of diepere kern, maar brengt aan het licht wat iets is. Voor haar analyse van het denken vertrekt Arendt dan ook van een vaststelling waar alle denkende mensen mee vertrouwd zijn: wie denkt, is verstrooid, trekt zich tijdelijk uit de werkelijkheid terug om zich met de zinvraag in te laten. Denken is dus merkwaardig genoeg een activiteit die niet rechtstreeks in de wereld verschijnt en die enkel op een negatieve manier kan worden waargenomen. Wat buitenstaanders doorgaans interpreteren als verstrooidheid of afwezigheid, is voor de betrokkene zelf een hoogst intense activiteit; wat buitenstaanders aanzien als een vlucht, is voor de denker een poging om met de wereld tot een vergelijk te komen.

Twee figuren, die elkaars tegenpool zijn, krijgen in Denken een hoofdrol toegewezen: Adolf Eichmann en Socrates. In Eichmann ziet Arendt de incarnatie van de gedachteloosheid. In Denken werkt ze het vermoeden uit dat denken ons voor het kwaad behoedt: zoals ze naar aanleiding van het proces in Jeruzalem stelde, schuilt de banaliteit van het kwaad in een afwezigheid van denken. Voor de uitwerking van deze gedachte haalt ze Socrates van onder het stof en werpt ze een volstrekt nieuw licht op diens uitspraak “Liever in onenigheid met de wereld dan in onenigheid met mijzelf”. Ze verwondert er zich over dat de Socratische ervaring in de geschiedenis verloren gegaan is. Alleen al om de machtige rehabilitatie van en het weergaloze eresaluut aan Socrates is Denken absoluut waard om te worden gelezen.

1 REACTIE

  1. Hannah Arendt ontdekt in Kairos van Joke Hermsen. Een van die momenten waarop heel veel ideeën samenvallen.. En Dirk de Schutter weer tegen gekomen. Fijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER