Filosofie

Door het zien het oppervlak van de werkelijkheid registreren

Iedereen voyeur - Ike KamphofZaterdag 9 maart vond in Mechelen (B.) de presentatie plaats van het boek Iedereen voyeur. Kijken en bekeken worden in de 21e eeuw van Ike Kamphof. Ben Schomakers, classicus en filosoof, reageerde op haar boek. U kunt hieronder zijn reactie (na)lezen.

Stel dat het zo is wat je zo vaak hoort en waarvan ik niet heel goed weet wat het precies betekent, maar dat toch zo aanvoelt alsof er iets van klopt: dat we een overgang naar een beeldcultuur doorgemaakt hebben. Of die dan een schriftcultuur achter zich gelaten heeft, durf ik niet te zeggen, maar het is duidelijk dat beelden meer dan ooit intens en dominant in het sociale leven aanwezig zijn. Maar vergeten we toch niet dat Plato al over beelden mopperde. Beelden maken deel uit van het leven, in alle tijden, en beelden zijn niet alleen plaatjes die gemaakt zijn om iets anders voor te stellen, maar ook: uitdrukkingen in het gezicht – beelden van een ziel dus –, schaduwen van een aanwezigheid die in beweging geraakt is, een spoor van herinnering. Of ook: de werkelijkheid in haar geheel.

Stel dat het waar is, van die overgang naar een beeldcultuur, dan zou je verwachten dat er ook beter gekeken wordt. Maar de democratisering van de communicatie die door het beeld bevorderd zou kunnen worden, blijkt de vermogens om die beelden te zien niet gescherpt te hebben. Ook daarover mopperde Plato trouwens al.

Een anekdote, hij had in Iedereen voyeur kunnen voorkomen. Een paar maanden geleden stond ik in de Metropolitan te kijken naar een van de schilderijen waarvoor ik er gekomen was, een raadselachtige Vermeer, een vrouw heeft haar rechterhand aan het randwerk van het raam, natuurlijk links op het beeld, ze doet het open – of sluit ze het juist? –, zacht wit licht valt naar binnen, met haar linkerhand heft ze een waterkan van een zilveren schotel – of zet ze die er juist weer op neer? –, op tafel staat ook een kistje met borduurgerei en een lintje dat zich over de rand daarvan naar buiten vecht – of is het een spoor van haastig verstopt gebruik? Je ziet niet onmiddellijk wat er aan de hand is en moet alle aanwijzingen bijeen nemen. Dat vergt tijd. Ik ging een beetje opzij van het schilderij staan, kijken is een lichamelijke activiteit, de mijne kan die van anderen hinderen. Na een minuut of wat aandachtig kijken word ik op mijn schouder getikt, een man van midden dertig met krullend haar grijnst me aan alsof ik zijn rechten nu wel lang genoeg geschonden had: this part of you is hindering my camera.

Ik had het moeten weten, de hele dag was het me al opgevallen, en ik had het niet eerder zo gelijkgezind gezien: de bezoekers van dit museum kijken niet met hun eigen, ongewapende ogen naar dat wat er te zien is, ze vragen zich vooral af of zij dat met hun camera kunnen vastleggen, en zien een schilderij – of wat dan ook – pas voor het eerst als ze weer weglopen en met voorovergebogen hoofd naar het displaytje staren. Dan komt de glimlach. Die niet zegt: dit heeft die Vermeer toch maar mooi gemaakt, maar: dit heb ik toch maar mooi gemaakt.

We zijn allemaal in staat om te kijken, maar kijken is helemaal niet makkelijk, en het lukt niet zonder dat de ogen ook behendig gebruikt en gestuurd worden. Zien is, zoals Ike Kamphof dat zegt, met een formulering die veel te peinzen geeft, «denken met de ogen»: de ogen zijn het instrument dat werkt vóór er gedacht wordt, maar ook het instrument waarvan het denken zich bedient als het aan de slag is. Kijken is altijd ook denken, op de een of andere manier. Het veronderstelt bijvoorbeeld intentionele gerichtheid, inhoudelijke ontvankelijkheid, emotionele ontvankelijkheid, associatievermogen, logica, herinnering, anticipatie, esthetisch gevoel, durf, nieuwsgierigheid, intellectuele bewegingsvrijheid, creativiteit, sociale intelligentie, maar ook een ethische alertheid, het vermogen tot waarderen, bewonderen en afwijzen. Om maar een paar eigenschappen te noemen die in Iedereen voyeur aangestipt worden, meestal met andere woorden. In de desoriëntatie waarmee de bezoekers van een museum niet naar Vermeer kijken, maar naar het oneindig minder genuanceerde beeldje op een display – meestal vermengt het eigen spiegelbeeld van de fotograaf zich met de genomen foto –, is een goede gids in het kijken niet alleen welkom maar een heilzame noodzaak.

Iedereen voyeur biedt zo’n gids, op een heel bijzondere manier. Er komen in ieder geval geen diepe analyses van filosofische, sociologische, esthetische of neuropsychologische theorieën van het betekenisvolle zien in voor. Niet dat de auteur dat niet gekund zou hebben: de geleerde citaten maken het boek tot een leerzame zwerftocht door de geschiedenis van de filosofie van het kijken. Jammer is – terzijde gezegd – dat de oervader van het filosofische kijken niet genoemd wordt. Hij schreef bijna in de eerste zin van zijn belangrijkste boek dat het zien voor mensen de plezierigste activiteit is, ook als er even helemaal geen nut mee gemoeid is. Aristoteles ja, degene met de beste ogen van alle filosofen. Misschien was zijn steun al niet meer nodig. Geleerd is het boek wel, maar theoretisch is het niet, al is het buitengewoon precies gedacht en geschreven.

Er wordt in het boek ook geen les gegeven in het kijken: let op, als de schaduw zo valt, betekent dat dit, of: kijk, als iemand op deze manier fronst, kondigt hij dat aan enzovoort. Kijken wordt vooral voorgedaan, niet als in een boek met oefeningen, maar vanuit het alledaagse perspectief van iemand die kijken, de blik van het eenzame subject naar de wereld, de echo van die blik in het subject, tot haar houding in het leven gemaakt heeft, als je zoiets al tot een houding kunt maken en het niet een aangeboren vorm van zijn is. De auteur van Iedereen voyeur demonstreert hoe ze door het zien het oppervlak van de werkelijkheid registreert, onder dat oppervlak duikt, daar betekenis vindt en er zelf betekenis geeft, en weer omhoog komt, naar zichzelf terugkeert, en zo ook zichzelf constitueert. Kijken is niet alleen een luxe of een techniek voor in het museum, maar de activiteit die door de kanalen tussen subject en werkelijkheid beweegt, beide verbindt en beide definieert. Het gaat niet zonder.

Het gebeurt wel dat je poëzie leest, liefst een verzameld werk, en als je dat neerlegt, de werkelijkheid en je eigen plaats daarin anders ziet, soms verdwijnt die winst weer geheel, soms blijkt hij je leven op een hoofdzaak veranderd te hebben. Zo kun je ook een intense tentoonstelling verlaten en ervaren dat de vormen en de kleuren van de stad hun neutrale vertrouwde karakter kwijt zijn en een niet eerder opgemerkte dynamiek vertonen. Toen ik Iedereen voyeur gelezen had, keek ik anders naar het kijken en ging ik zelf anders kijken, er begon iets te tintelen, het verlangen ook zo te kunnen kijken, of het kijken ook op die manier in mijn leven te laten etsen, ik werd mijn vanzelfsprekende domein van de abstracte reflectie uitgelokt. Voor even misschien, maar een spoor ervan zal blijven. De observaties van de ander, van zichzelf, van de mechanismes van het zien die Ike Kamphof er beschrijft raken de kern van de verhouding tussen mens en werkelijkheid. Ze zijn altijd invoelbaar en worden trefzeker en nauwkeurig verwoord, en dat ook nog eens in een prachtige taal. Lezen dus, dit boek, om te kijken.

Ben Schomakers, Mechelen (B.) 9 maart 2013


Ben Schomakers (1960) is opgeleid als wiskundige, classicus en filosoof. Hij promoveerde op een proefschrift over Parmenides en publiceerde o.a. over Plato, Aristoteles en het Neoplatonisme. Zo verscheen vorig jaar De taal van de hemel. Over de engelen van Pseudo-Dionysius. Binnenkort verschijnt bij Uitgever Klement van zijn hand de vertaling van De Ziel van Aristoteles.

Deel:
VOLGENDE ARTIKEL

Geplaatst door - - 1 reactie

Geef een reactie