Filosofie

Een ontmoeting met Jacques Derrida

In mei 2003 nodigde de Algerijnse politiek filosoof en islamoloog Mustapha Chérif de Franse, maar in Algiers geboren en getogen filosoof Jacques Derrida uit voor een colloquium in Parijs, waar gesproken zou worden over de verhouding tussen het Westen en de islam – dit naar aanleiding van het ‘Algerije-jaar’ in Frankrijk. Op de dag van de ontmoeting had Derrida juist slecht nieuws over zijn gezondheidstoestand gekregen. Niettemin nam hij deel aan het debat; een ‘overweldigende les in broederschap en moed’ (p. 119), zoals Chérif deze geste waardeerde. Op 8 oktober van het daaropvolgende jaar zou Derrida bezwijken aan zijn ziekte en daarmee zou de wereld een van zijn grootste denkers verliezen. Het gesprek tussen Chérif en Derrida heeft nu zijn weerslag gekregen in een boek: De islam en het Westen, samengesteld door Chérif.

De gesprekspartners zijn het erover eens dat het schema van een onvermijdelijke botsing van beschavingen tussen West en Oost als hegemoniale westerse propaganda (p. 11, 29) moet worden gekwalificeerd. Consensus is er ook over de vaststelling dat (ten tijde van het debat in 2003) de extremisten uit beide kampen invloedrijker zijn dan de vredelievende krachten. Dominant zijn dan een westerse politiek die zich sinds de bezetting van Irak weinig gelegen laat liggen aan het internationaal recht en vooral ‘met twee maten meet’ (p. 11, 55) aan de ene kant, en aan de andere kant een terroristische beweging die zich de islam toe-eigent en voor wie religie ‘een soort doping’ is, zoals Chérif het formuleert (p. 12). Het debat tussen beide denkers kan dan ook worden begrepen als een poging om op intellectueel gebied de bakens te verzetten, opdat er ruimte voor echte dialoog en vervolgens ook politieke speelruimte komt, zodat de huidige patstelling kan worden overwonnen.

Het gesprek draait om grote thema’s als secularisatie (‘een van de meest duistere termen uit het moderne denken’, zo heeft Derrida wel eens verzucht), de mogelijkheid van ware universaliteit (Chérif: ‘De complexiteit van de situatie vraag om universele oplossingen,’ p. 31), de juiste relatie tussen religie en politiek, de toekomst van de beschavingen en van de democratie. Derrida gaat in zijn bijdragen uitvoerig in op zijn Algerijnse jeugd: hij was ‘een kind van de rand van Europa’ en zijn filosofisch werk dient dan ook begrepen te worden als een denken vanuit ‘een soort randpositie’ (p. 45). Hij maakt korte metten met ideeën die ook in hedendaags Nederland zonder veel protest worden gebezigd, zoals de gedachte dat het Griekse, het joodse en het Arabische denken eenvoudigweg tegenover elkaar kunnen worden geplaatst, zodat vooral ‘Arabisch’ als vreemd en vijandig aan Europa kan verschijnen.

Klik hier om het volledige artikel te lezen op de website van het Nexus Instituut.

Deel:
VORIGE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie
VOLGENDE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie

Geef een reactie