Filosofie

God is dood, maar religie is springlevend.

Dagblad Trouw onderscheidde het boek Religie zonder God van Theo de Boer en Ger Groot als beste filosofieboek van 2013. Eerder in december besprak Sjoerd de Jong deze uitgave in NRC al even positief:

‘De Boer en Groot verlaten de arena en stellen een andere vraag: naar ”religie zonder God”.[…] een bescheiden maar eigenzinnig boekje van twee Nederlandse filosofen die het vakkundig omgewoelde strijdtoneel verlaten, het stof van hun jasje kloppen en doen wat filosofen ook moeten doen: nieuwe vragen stellen’.

Voor wie meer wil lezen over deze uitgave, verwijzen we naar een bespreking op de blog van Bert Altena:

God is dood, maar religie is springlevend. Zo zou je in één zin de huidige stand van zaken in het religiedebat kunnen schetsen. Uiteraard veel te simplistisch. Want als religie springlevend is, waarom zou God dan dood moeten zijn?

In een filosofische dialoog op hoog (abstractie)niveau gaan Theo de Boer en Ger Groot, ooit leraar en leerling, in op deze vragen die de achtergrond vormen van het hedendaagse debat over God en het godsgeloof in onze (post)moderne samenleving.

De Boer opent het gesprek en toont aan dat God in filosofische zin al een tijdje ‘dood’ is. Dat wil zeggen, de metafysische God, als sluitstuk van een uitgebreid theologisch en vooral filosofisch bouwwerk, met de typisch goddelijke eigenschappen als onveranderlijkheid, onafhankelijkheid en zelfgenoegzaamheid, existeert niet meer. De rationele God, waarmee generaties lang als vanzelfsprekend is geredeneerd, is in filosofische zin overleden. Eigenlijk is dat al sinds Kant het geval. Binnen de filosofie heeft God daarna nog een tijdje voortbestaan, als de garant van de morele orde (bij Kant zelf), als historische waarheid of hermeneutisch principe. Maar in de termen van een strikt rationele filosofie is God een achterhaald en daarmee overbodig concept geworden.
Tegelijk laat De Boer zien hoe er een ‘religie zonder God’ is ontstaan, “een religie van riten, sacramenten en gebeden” (p. 37) waarin geloof niet meer betekent dat er bepaalde opvattingen voor waar worden gehouden. Geloof wordt veeleer het je overgeven aan de eigen kracht en werking van de rituelen, die het religieuze besef in stand houden.

Ger Groot bouwt vervolgens op dit punt verder. Volgens hem gaat het inderdaad niet om een bepaalde geloofsleer, maar om een manier van leven, of beter nog: van je verhouden. Geloof schuilt in het gebaar, in de pragmatiek, in manieren van doen. Lees hier de volledige blog.

Taede Smedes publiceerde op de website Het goede leven ook een uitgebreid artikel over Religie zonder God onder de kop Religie wijst de rede op haar grenzen. Hij merkt op dat het geen gemakkelijk boek is. Beide denkers zijn stevig verankerd in de fenomenologische en hermeneutische filosofie van o.a. Husserl, Heidegger en Gadamer, en ze hebben er schijnbaar moeite mee om voor de formulering van hun eigen posities heldere, eenduidige bewoordingen te gebruiken.

Toch is dit een spannende dialoog, want beide steken niet onder stoelen of banken dat de hardnekkigheid van het fenomeen religie hen diep verwondert. En het is die verwondering die tot de in dit boek ondernomen filosofische duiding aanleiding geeft. Voor beide betekent ‘religie’ niet langer wat het in de ogen van atheïsten als Sanderson Jones nog wel impliceert: het draait niet langer om God. Zoals Ger Groot in zijn laatste essay formuleert, atheïsten denken nogal eens dat het in religie om weten gaat, maar dat is al lang niet meer het geval.

Integendeel, in het geloof staat de twijfel centraal, omdat het bestaan van God ‘inherent onzeker wordt geacht. Van ethische categorie (de ondeugd van het ongeloof) is hij een epistemologische (d.at wil zeggen kenleer) categorie geworden (de onzekerheid van het feit)’ (106). Lees de volledige bespreking op de website van Het Goede Leven.

Deel:
VORIGE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie
VOLGENDE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie

Geef een reactie