Harde regen en dansende zakjes

0
1

Verslag van het interview door Naomi Jacobs met Elize de Mul in Filosofisch café Pardes op 20 februari 2014. Het verslag is geschreven door Eveline Groot.

Ondanks de harde windstoten en aanhoudende regen is het gezellig druk in het Filosofisch Café van Pardes. Omringt door een pracht aan eeuwenoude boeken zal Naomi Jacobs deze avond in gesprek gaan met Elize de Mul. Elize spreekt over haar boek Dansen met een plastic zak – Kleine filosofie van een onooglijk ding. Het boek kwam tot stand nadat zij met haar masterscriptie de Leo Polak scriptieprijs won voor de beste scriptie in de filosofie. Het publiek bestaat uit opvallend veel jonge vrouwen, die wellicht juist zijn gekomen om een leeftijdgenoot te horen spreken. Binnen de filosofie zijn er nog steeds niet veel rolmodellen met wie zij zich kunnen identificeren. Alleen al daarom komt Elize’s boek als geroepen en is zij een bron van inspiratie.

Inhoudelijk was Elize’s betoog ook inspirerend. Op de vraag naar de keuze voor een plastic zak als onderwerk voor haar boek, antwoordt Elize dat zij bijzonder ontroerd raakte bij het zien van de beroemde scène met een plastic zak uit de film American Beauty. Ze was toentertijd twaalf en de ontroering kwam plots en onverwachts. Deze sensatie van ontroering voelt ze elke keer weer als ze de scène ziet.

Hoe kan een aanblik van een plastic zak leiden tot een ervaring van ontroering? Waar komt deze sensatie vandaan? Deze vragen staan centraal in Elize’s onderzoek. De precieze herkomst van de ervaring kan ze nog steeds niet vastpinnen. Het lijkt alsof de ontmoeting met een alledaags ding, zoals een plastic zak, ineens een verandering van blik teweeg kan brengen. Elize begrijpt dit als een moment van verstilling waarin een scheurtje in de werkelijkheid ontstaat. Het is een vorm van vervreemding van je eerdere ideeën, ervaringen en overtuigingen waardoor je je plotseling over kleine artefacten kunt gaan verwonderen. De ontroering was dus in de eerste plaats een vorm van verwondering.

In Elize’s verdere zoektocht naar het herkomst van haar ervaring stuit ze op de esthetica en zijnsleer van Heidegger. Heidegger is van mening dat wij mensen een oorsprongservaring van de dingen missen. Als mensen, erzijnden, leven we in een wereld waarin andere dingen, zijnden, aan ons verschijnen. In zoverre deze zijnden aan ons verschijnen, zijn zij voor ons in de zin dat we hun bestaan ervaren. De dingen (ofwel zijnden) om ons heen worden door de moderne mens vooral gezien als dingen die ons dienen. Dingen worden onmiddellijk gecategoriseerd, geordend en ingekaderd. Of ze worden, zoals als Elize het verwoordt, vooral gezien in termen van nut of technologie. Het zijn dingen ‘om’ iets mee ‘te’ doen. Niet dingen met een intrinsieke waarde die los van de kaders en categorieën bestaan. Dingen worden zo niet in zijn volledigheid gezien en het kwalijkste hiervan is, aldus Heidegger, dat we dit niet eens doorhebben.

In tegenstelling tot de algemene consensus, ziet Elize technologie en haar producten als iets moois op zichzelf. Het sublieme is niet beperkt tot ‘Kantiaanse’ natuurkrachten. In lijn met Emerson beargumenteert Elize dat schoonheid in alles kan zitten, zolang er maar een ervaring teweeg wordt gebracht waarin alles en niets samenkomt. Dit idee, de ervaring van het alles en niets, is afkomstig uit de Boeddhistische zen leer. Elize’s filosofische interpretatie van dit gegeven uit de zen leer is dat in het moment van het sublieme alles wegvalt: vaste denksystemen, kaders en dichotomieën worden opgeheven. Hiermee beoogt de zen leer iets zeer vergelijkbaars als Heideggers oorsprongservaring.

Iets kleins als het dansen van een plastic zak in de wind kan deze bewustwording teweegbrengen en leiden tot een soort oorsprongservaring. Elize heeft dit zelf ervaren en is van mening dat iedereen die voor de pracht van het alledaagse openstaat dit ook zou kunnen ervaren. Daarmee is Elize’s boek vooral een pleidooi voor een herwaardering van verwondering. We hoeven ons niet over alles te verwonderen – dat zou volgens Elize vooral heel onpraktisch en onleefbaar zijn – maar het is niet goed om alle verwondering te verliezen.

In lijn met Nietzsche zegt Elize dat we een goede buur moeten worden van de dingen.

Hoe wordt je zo’n goede buur en kun je weer met verwondering naar de wereld kijken? Elize denkt dat met name kunst hierbij kan helpen, hetgeen ze uitlegt aan de hand van Ceci n’est pas une pipe van René Magritte. Kunst maakt scheurtjes in de werkelijkheid. In het geval van Magritte kijk je naar een kunstwerk met een pijp waaronder staat dat het niet een pijp is. Je rationele vermogen had de afbeelding van de pijp al lang onder de categorie ‘pijp’ geschaard, maar het is natuurlijk geen pijp ‘an sich’, het is een kunstwerk. Voila, een scheurtje in je vaste denksysteem.

Magritte

In het geval van alledaagse dingen kunnen deze scheurtjes ook ontstaan. Wanneer je langs een meer loopt en ineens onverwachts een visje omhoog ziet springen, leidt dit tot een schokmoment waarin het besef zich aandringt dat dingen niet zijn zoals ze aan het oppervlakte lijken. In de scéne van American Beauty is dit ook het geval. De aanblik van het dansende plastic zakje doorbreekt het beeld dat je voorheen van het zakje had, je gaat het voorwerp anders zien.

Elize’s liefdevolle pleidooi voor verwondering werkt aanstekend. Na afloop van het gesprek had ik niet alleen veel zin haar boek te lezen. Op de terugweg naar huis zag ik, te midden van de regen, ineens de lichtjes op de Amstel dansen in de druppels.

Eveline Groot

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER