Filosofie

Hebben we een ziel?

Hebben we een ziel, of: wat is de ziel? Aristoteles schreef met Over de ziel (pas opnieuw uitgegeven in een meesterlijke vertaling van Ben Schomakers) zonder enige twijfel een van de diepste, oorspronkelijkste en invloedrijkste teksten uit de geschiedenis van de filosofie. Aristoteles stelt er de vraag wat de ziel is en formuleert een antwoord dat ons nog steeds te denken geeft. Wat hij in dit werk over waarnemen, verbeelding en denken zegt heeft tot in onze tijd de filosofische discussie daarover bepaald.

Op filosofieblog.nl kunt u in discussie gaan over de vraag hebben we een ziel? 

Wij, mensen, beschouwen onszelf als iets aparts, niet als een deel van de werkelijkheid, maar als toeschouwers. Wij hebben iets wat andere dieren niet hebben, intelligentie, of zelfbewustzijn, of hoe je het ook maar noemen wilt. We kennen onszelf op een andere manier dan we andere schepselen kennen. Bij onszelf ervaren wij driften en motieven die we bij anderen niet kunnen waarnemen, dus moet er met ons wel wat speciaals aan de hand zijn. Wij voelen ons niet gebonden aan de wetmatigheden waaraan de andere schepsels zijn onderworpen en beschouwen ons als scheppers van een eigen wereld. Daarom geloven velen dat God ons een ziel zou hebben ingeblazen, waardoor we iets van het goddelijke in ons bergen.

De driften en motieven die we bij onszelf onderkennen denken we ook bij soortgenoten te kunnen ontdekken. Om zijn medemensen te begrijpen moet een mens bij zichzelf te rade gaan. Het gedrag van anderen moet te begrijpen zijn vanuit het eigen gedrag, en als je dat probeert, stuit je onvermijdelijk op een ‘ik’. Als ik mijn blik naar binnen richt, zie ik nergens neuronen. Ik kan mezelf alleen ervaren als een samenhangend geheel dat indrukken opdoet, emoties ondergaat en gedachten koestert. De ziel is dan het podium waarop dat ‘ik’ acteert. Het doet dat tegen een decor van herinneringen en overtuigingen. En als je naar anderen kijkt, dan geloof je dat die ook over zo’n podium beschikken, ook al kun je dat niet zien. Maar meestal is het niet moeilijk om dat wat je wel ziet te vertalen naar wat zich op dat inwendige podium afspeelt, door het stilletjes voor jezelf na te spelen.

Volgens Descartes zijn mensen de enige schepsels die over een ziel beschikken. Alle andere wezens zijn maar een soort machines die handelen volgens een vooraf ingesteld patroon en reageren volgens vaste sjablonen. Planten en dieren vallen voor 100 % onder de wereld van de materie, het res extensa. Mensen vallen daar ook onder voor zover ze een lichaam hebben, maar hun ziel hoort in een ander domein, het res cogitans, het rijk van de geest, volledig gescheiden van het rijk van de materie. Het materiële is vergankelijk, maar de ziel is eeuwig, volgens Descartes.

Daarmee week Descartes sterk af van de visie van de oude Griekse atomisten. Volgens de atomist Epicurus zijn lichaam en ziel beide opgebouwd uit atomen. Je hebt zielatomen, die met elkaar de ziel vormen, en materie-atomen, bestaande uit de elementen aarde, water, lucht en vuur, waaruit de materiële wereld is opgebouwd. Als een mens sterft, raken die atomen verspreid, en gaan deel uitmaken van andere objecten. De zielatomen vinden een plaats in een nieuwe ziel, en de materie-atomen worden onderdeel van andere materiële objecten. Je zou dat als een vorm van reïncarnatie kunnen beschouwen.

Lees hier de volledige blog en discussieer mee.

Deel:
VORIGE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie
VOLGENDE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie

Geef een reactie