Filosofie

In de greep van de taal

In de greep van de taal

 
Het lijkt een beetje vreemd om twee zo verschillende figuren als Cassirer en Lacan met elkaar te verbinden. Ernst Cassirer (1874-1945) was typisch een academisch filosoof van het klassieke stempel, met grote eruditie, vriendelijk van aard, maar het is geen echt bekende naam binnen de filosofie in Nederland en België. Aan hem kleeft iets van een voorbije tijd, die van het neokantianisme van voor de Eerste Wereldoorlog. Maar toch, zijn grote werk, zijn filosofie van de cultuur, van de ‘symbolische vormen’, schreef hij in die ongelooflijk boeiende tijd erna, in de jaren twintig. Ook voerde hij de beroemd geworden discussie met Heidegger in Davos. Zijn gedwongen vertrek uit Duitsland in 1933 deed hem echter als zovele anderen in de marge belanden. Hij vond echter een nieuw publiek in de Verenigde Staten, waar ook zijn hoofdwerk werd vertaald. En sedert de jaren tachtig  is er een omvangrijk Cassirer-onderzoek op gang gekomen. Zijn volledige werk met de complete nalatenschap werd opnieuw en zeer zorgvuldig uitgegeven.

En dan Jacques Lacan (1901-1981). Van naam bekend, maar in Nederland niet echt gekend. Een man met een complex karakter en van een ambigue reputatie. Sommigen lopen met hem weg, anderen moeten niets van hem hebben. In die zin is hij een typische Franse meester-denker. Maar ook hij heeft de tijd doorstaan en een duurzame status verworven, dankzij een specifieke theorie van de cultuur, van de ‘symbolische orde’. Daartoe greep hij terug op Freud, op Freuds cultuurtheorie, op diens Onbehagen in de cultuur. Lacan noemde zichzelf in momenten van bescheidenheid niet meer dan een epigoon van Freud. Die referentie naar Freud maakt de duurzame status extra opmerkelijk, want dat is niet echt een naam om mee aan te komen in deze tijd. Dat wil per se niet zeggen dat Freud van een voorbije tijd is, of dat Kant voorbij is in een tijd van ‘de mens is zijn brein, is zijn DNA’.

Cassirer wijst terug naar Kant en Lacan verwijst op zijn beurt terug naar Freud. Maar dat maakt het naast elkaar plaatsen nog niet helderder. Dat wordt wel duidelijk door de behandeling die Kant respectievelijk Freud ondergaan. Cassirer laat in zijn filosofie van de symbolische vormen zien hoe het denken van Kant uitmondt in een theorie van de symbolisering. Lacan laat hetzelfde zien ten aanzien van het denken van Freud. En daar, in het thema van de symbolisering, de representatie, ligt de verwantschap. De mens representeert de werkelijkheid in beelden, woorden en formules, maar de werkelijkheid zelf gaat in die representaties niet op en is als niet-gerepresenteerde werkelijkheid buiten gesloten.

Zo bezien is de mens niet zijn brein, maar biedt het ‘brein-zijn’ een zienswijze op het zijn van de mens, waarnaast ook andere zienswijzen, representaties mogelijk zijn en, niet te vergeten, ook hard nodig zijn. Cassirer werkt deze gedachte uit tot een theorie van de cultuur met de verschillende domeinen daarbinnen (taal, wetenschap, religie, kunst, enzovoort). Lacan trekt de consequenties ervan voor de menselijke subjectiviteit. Dan ligt de nadruk op het van buitenaf opgedrongen worden van representaties (je haalt het niet in je hoofd het anders te zien dan je wordt voorgehouden), het door anderen opgedrongen worden van de zelf-representaties ofwel de identiteiten, waarover jezelf maar heel weinig (of niets) te zeggen hebt. Je kunt er voordeel van hebben of aan het korte eind trekken, maar dat is een andere kwestie. Hoe dan ook, de ander, de Ander, de samenleving maakt de dienst uit, en zelf heb je niet heel veel in de melk te brokkelen. Met de onvermijdelijkheid van conflict en misverstand. Terwijl het, merkwaardig genoeg, uiteindelijk om niet meer dan om constructies, om ficties gaat, maar dat doet aan hun virulentie niet af. Sterker nog: juist dat fictieve karakter maakt de virulentie uit.

En dan blijkt het nuttig Cassirer en Lacan naast elkaar te stellen. Zelf heb ik het in elk geval altijd zo gezien. Zo ben ik via Cassirer op Lacan gestoten en heb ik Lacan gelezen vanuit de invalshoek van Cassirer (en daarachter: Kant). En omgekeerd heb ik, door Lacan gescherpt, Cassirer herlezen en, denk ik, ook weer beter begrepen. Zelf heb ik Lacan twee keer persoonlijk gesproken. Een keer om hem mijn gepubliceerde boek Taal en verlangen. Lacans theorie van de psychoanalyse hem aan te bieden. En een keer, heel uitvoerig, ter voorbereiding van het boek. Ik was toen wat langere tijd in Parijs, nadat ik zijn Seminaire al eerder, met enige regelmaat, had bezocht. Ik vertelde hem toen ook dat ik via de filosofie van Cassirer op hem gestoten was; uitleg weerde hij af want dat verband was hem duidelijk, sprak vanzelf. Inderdaad, het gaat bij Cassirer niet om de cultuur in de hogere zin van Goethe, maar om een opvatting van de cultuur die dicht bij die van een symbolische orde ligt: de cultuur als zodanig, met alle gekte daarbinnen.

Cassirer en Lacan zijn beiden vind ik, in hun verwantschap en in hun verschil, ook karakterologisch heel interessante figuren, die de aandacht verdienen en van wie de kennisname vruchtbaar is omdat er in hun denken veel samenkomt. Een uitleg, zonder zendingsdrift of propaganda, is dan nuttig. Het gaat niet om een Lacan voor intern gebruik, alleen voor de lacanianen, of om een Cassirer van de Cassirer-Forschung, zonder effect. Dat is niet de bedoeling. Het gaat uiteindelijk om de vraag wat zij beiden, wat het representatie-denken als geheel kan bijdragen aan het begrip van het heden, van wat nu, in het eigen en in het maatschappelijk leven speelt. Ook op terreinen waarover zij beiden zich niet uitlieten of konden uitlaten (omdat zij in een andere tijd leefden). Sleuteltermen zijn dan: representatie, constructie, fictie, verdeeldheid, conflict. En natuurlijk ook, althans voor zover dat tot op zekere hoogte mogelijk is, verzoening.

 

Antoine Mooij, van opleiding psychiater, filosoof en psychoanalyticus, is emeritus hoogleraar psychiatrische aspecten van de rechtspraktijk. Van hem verscheen zojuist bij Uitgeverij Sjibbolet In de greep van de taal. Symboliseren en betekenisgeving: Lacan en Cassirer.
Vanwege het eerste lustrum van Uitgeverij Sjibbolet geldt een actieprijs van 1 maart tot 1 juni 2015 van € 19,95 (daarna € 29,95). Eerder publiceerde Mooij onder andere de klassieker Taal en verlangen. Lacans theorie van de psychoanalyse, die het werk van Jacques Lacan in het Nederlandse taalgebied introduceerde.

Klik hier voor zijn ontmoeting met Lacan.

 

 

Deel:
VORIGE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie
VOLGENDE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie

Geef een reactie