De toekomst van Europa met optimisme tegemoet zien

0
0

Om de eurocrisis te boven te komen, moet de constitutie van Europa worden verbeterd, zegt historicus Frank Ankersmit. De filosoof Jürgen Habermas heeft daar een briljante aanzet toe gegeven. Dit artikel werd eerder gepubliceerd op de opiniepagina van De Volkskrant

Zondag 22 januari debatteerde de Belgische politicus Guy Verhofstadt in het tv-programma Buitenhof met twee Nederlandse eurosceptici. Het debat had veel weg van een stoomwals die en passsant twee walnoten op zijn weg verpletterde. Maar het was een wel heel ongelijke strijd. Als voormalig premier van België en als huidig voorzitter van de liberale fractie in het Europees Parlement is Verhofstadt beter ingevoerd in Europa dan wie dan ook en tegen zijn eloquentie en overtuigingskracht kan niemand op.

In de eerste plaats betoogde Verhofstadt dat Europa in de toekomst niet meer over zijn eigen lot zal kunnen beslissen als het verdeeld blijft. Tot voor kort behoedde Amerika als hegemoniale macht Europa voor allerlei onheil. Maar we leven nu in een multipolaire wereldorde waarin iedereen zijn eigen boontjes moet doppen. En wie zich daar niet toe zet, heeft al gauw helemaal geen boontjes meer om te doppen. We zijn op onszelf aangewezen. En dan gaat het alleen met een verenigd Europa. Die eenwording zal het Noorden geld kosten en het Zuiden dwingen oude gewoonten op te geven – het is niet anders – maar je kan beter enig geld en verkeerde oude gewoonten kwijt zijn dan je vrijheid en de greep op je eigen toekomst.

Vervolgens verwierp Verhofstadt het bekende argument dat we gas moeten terugnemen met Europa. Want, zo zei hij, de problemen die we nu in Europa hebben, hebben hun oorzaak juist hierin dat Europa niet af is. Het is met Europa als met een huis waar het dak nog niet op zit. Als het dan gaat regenen, zoals met de kredietcrisis, wordt iedereen nat. Juist dan moet je als de bliksem dat dak erop zetten. En vervolgens pronto prestissimo dat huis afbouwen en van degelijke deuren en sloten voorzien. Zodat bankiers, hedgefondsen en wat niet al, niet langer ongestraft bij ons in en uit kunnen lopen. Teruggaan met Europa is al helemaal geen optie. Want daar zullen de lidstaten het niet makkelijker over eens worden dan over verdere voortgang. Met als resultaat dat we blijven vastzitten in de impasse van nu, waardoor alles nog veel erger wordt. Bijgevolg is er maar één realistische keuze: volle kracht vooruit.

Hij rekende daarmee ook af met het ‘incrementalisme’, het idee dat je niet met grootse vergezichten moet komen aanzetten, maar gewoon moet afwachten welke problemen zich aandienen en dat je die dan stapje voor stapje aan moet pakken. Luuk van Middelaars veelbesproken De Passage naar Europa van 2009 werd vanuit die optiek geschreven. Merkels aanpak van de eurocrisis is incrementalistisch en toont er ook het tekort van: problemen stapelen zich dan steeds verder op zodat je op een bepaald moment toch gedwongen wordt tot een principiële keuze en tot vaart maken.

Bovendien stimuleert incrementalisme het doorzeuren van problemen, wat leidt tot ergernis over en weer. Denk aan de Griekse woede van de afgelopen dagen over Merkels voorstel Griekenland onder curatele te plaatsen. René Cuperus schreef onlangs dat als we zo doorgaan de EU eerder een bron van verdeeldheid dan van eenheid zal zijn.

Wereldgemeenschap
Verhofstadts optimisme over Europa wordt ondersteund door Jürgen Habermas’ Zur Verfassung Europas. Ein Essay dat drie maanden geleden verscheen in de pikzwartste dagen van de eurocrisis. Habermas is zo’n beetje Duitslands geweten op het terrein van politiek en filosofie; kortom, voor veel Duitsers een soort hedendaagse Goethe. Net als Verhofstadt zegt ook Habermas dat alleen een principieel debat over grootse vergezichten ons kan redden uit de huidige impasse. Ook hij meent dat inzet van dat debat niet hoort te zijn wat ‘Europa’ de noordelijke landen kost, maar wat Europa in de toekomst moet wezen. Voor Habermas gaat het daarbij vooral om de Europese constitutie en hoe een verbetering daarvan model kan staan voor een toekomstige wereldgemeenschap. Wat wij nu beslissen over Europa is een belofte voor de hele wereld: de EU is het model voor een globale Weltverfassung. Voor minder doet Habermas het niet!

Kern van Habermas’ argument is de volstrekt originele gedachte dat je in Europa moet onderscheiden tussen de soeverein en de wetgever (zelf heeft hij het over ‘staatssoevereiniteit’ en ‘volkssoevereiniteit’). Dat is zo’n verrassend idee omdat men gewoonlijk de soeverein juist definieert als de wetgever. Maar Habermas haalt ze uit elkaar. Hij kan dan zeggen dat in Europa de soeverein – dat wil zeggen de soevereine lidstaten van de EU – bepaalde terreinen van wetgeving delegeert aan Europese instanties. Soevereiniteit wordt hier dus niet weggegeven, maar slechts gedelegeerd aan Europa. In de VS of Duitsland ligt de soevereiniteit niet bij de afzonderlijke staten of bij de Länder maar in Washington of in Berlijn. Dat is dus het unieke van Europa: soevereiniteit van de lidstaten wordt gecombineerd met het recht tot wetgeving op supranationaal niveau. Waarbij dat laatste zijn legitimiteit nog steeds ontleent aan de soevereiniteit van de lidstaten.

Nu kun je tegenwerpen dat dit allemaal heel mooi en aardig is, maar wat doe je in het geval van een conflict tussen de wetgeving van een lidstaat en Europese wetgeving? Moet je dan niet kiezen voor ofwel de lidstaat, ofwel Europa? In het eerste geval blijft er van Europa niets over en in het tweede niets van de soevereiniteit van de lidstaten. Dat is dus de kwadratuur van de cirkel waarin het huidige Europa gevangen zit.

Maar ook hier heeft Habermas een briljante oplossing. Hij introduceert nu zijn notie van de ‘gedeelde soevereiniteit’: in het Europese Parlement delen de lidstaten soevereiniteit met het Europese volk. Over hoe je je dat in concreto moet voorstellen, laat Habermas zich helaas niet uit. Maar het is niet moeilijk om er een invulling aan te geven. Je zou kunnen denken aan een twee-Kamersysteem, waar het Europese volk vertegenwoordigd is in de Tweede Kamer en de soevereine lidstaten in de Eerste Kamer. Tezamen geven zij dan inhoud aan de uitvoering van het door de soevereine lidstaten gedelegeerde recht tot wetgeving.

Ingenieuze constructie
Het zojuist genoemde conflict kan dan elegant worden opgelost. Want wat men in zo’n conflict ook beslist, dat laat de soevereiniteit van lidstaten onverlet, net zoals de keuze van onze nationale parlementen voor of tegen een bepaald wetsvoorstel de soevereiniteit van het volk onverlet laat. Kortom, Habermas lost het conflict dus op door het model van de volkssoevereiniteit te projecteren op het supranationale niveau. En wie de volkssoevereiniteit aanvaardt, kan dus ook hier geen probleem mee hebben. Ten slotte, iedere beslissing zal een beslissing zijn van het Europees Parlement en daarmee het Europese algemeen belang dienen.

Een hoogst ingenieuze constructie! Niet alleen verre superieur aan het idiote gedrocht van de bestaande constitutie van Europa, maar ook aan alles wat tot dusver ter verbetering daarvan is voorgesteld. De constructie schept een Europees demos, doet recht aan zowel de verworteling van de Europese naties in een lang verleden als aan het feitelijke gegeven van de hun tegenwoordig diepgaande wederzijdse beïnvloeding. En het is een effectief antwoord op de veel gehoorde klacht van het ‘democratisch deficiet’ in Europa. Althans in principe. Want in de praktijk valt er nog wel het een en ander aan de Europese democratie te verspijkeren, zoals Europese partijen die geen relatie meer onderhouden met nationale partijen, Europese verkiezingen waar de stem van iedere burger even zwaar weegt als die van ieder ander en waar die op een en dezelfde dag door de hele Unie gehouden worden. En ten slotte leent dit model zich inderdaad voor uitbreiding, zelfs op wereldschaal, doordat de soevereiniteit van de lidstaten gerespecteerd wordt en op het supranationaal niveau sprake is van slechts een gedelegeerd recht tot wetgeving.

Scheutje protectionisme
Rest nog één probleem. Habermas zwijgt over wie de gesprekspartner zal zijn van het Europees Parlement. Op dit moment is dat de Europese Raad (van regeringsleiders), de Raad van Ministers (de vakministers) en de Europese Commissie. Habermas noemt die instanties wel, maar zegt niets over hun rol in zijn constitutionele model. De logica van dat model gebiedt die instanties op te heffen en te vervangen door een door het Europees Parlement gekozen Europese regering.

Er is ook wel degelijk ruimte voor wat meer optimisme. Wat betreft de financieel-economische problemen waar de EMU nu mee worstelt, stemt Habermas in met het oordeel dat een gemeenschappelijke munt alleen mogelijk is op basis van een gemeenschappelijke economische politiek. En misschien is een beetje meer optimisme ook hier op zijn plaats. De afgelopen decennia waren er heel wat landen die al of niet met de hulp van het IMF een hopeloze economische situatie te boven kwamen. Waarom zou zoiets niet ook kunnen met de PIIGS-landen?

Vanwege de voor die landen te sterke euro en hun geringere arbeidsproductiviteit, zoals iedereen almaar beweert? Waarom dan niet een door Brussel zorgvuldig gedoseerd scheutje protectionisme voor die landen, zoals Jacques Sapir bepleit in zijn La démondialisation van begin 2011? Omdat dat in strijd zou zijn met de stelling dat Europa minimaal een vrijhandelszone is? Maar waarom moeten we ons daaraan houden als ons dat verhindert een groot probleem aan te pakken? Omdat het neoliberalisme dat zou verbieden? Maar Sapir heeft gelijk als hij zegt dat we ons niet breinloos moeten onderwerpen aan economische dogma’s als die evident contra-productief zijn.

Meer nog, overwint de EMU de bestaande crisis, dan kan ze de vruchten plukken van de keuze voor gezonde staatsfinanciën. Europawijd zetten we de tering naar de nering. Daar zijn ze in de VS en Japan nog lang niet aan toe. Voorts beschikt de EU in vergelijking met de VS – om me daar maar even toe te beperken – over een betere infrastructuur, een beter opgeleide bevolking en een sterkere middenklasse.

De VS zijn gedegenereerd tot een klassenmaatschappij met de inkomensongelijkheid van die van Bolivia. En we moeten ons vooral niet laten imponeren door de recente afwaarderingen van Europese landen door kredietbeoordelaars. Bill Gross, de baas van Pimco, wereldwijd de grootste belegger in staatsobligaties, omschreef die rating agencies vorig jaar als ‘idiot savants with a full knowledge of the mathematics, but no idea of how to apply them‘. Bovenal, zij zijn blind voor hun eigen neoliberale vooroordelen en daarmee voor de langeretermijnstabiliteit van onze Rijnlandse economieën in vergelijking met die van de VS of het Verenigd Koninkrijk. Bovendien is de EU nog altijd de grootste economie ter wereld.

Heeft Habermas gelijk, dan werd hier in Europa iets opgebouwd dat wel degelijk een wezenlijke toevoeging is aan het bestaande repertoire van vormen van democratie; een toevoeging waar bovendien de hele rest van de wereld zijn voordeel mee kan doen. De EU ligt in het verlengde van het beste dat Europa in haar lange geschiedenis de wereld gegeven heeft.

We moeten daarom niet meegaan met die ‘weg-met-ons-mentaliteit’, die tegenwoordig bon ton is in Europa en in plaats daarvan onze toekomst – met Habermas ­- weer met optimisme en zelfvertrouwen tegemoet zien.

Frank Ankersmit is emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis.

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER