Maatschappij

Pijlers van ons strafrecht

Jeroen ten Voorde, universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden publiceerde op de website van het Nexus Instituut een recensie over de uitgave Straf, schuld en vrijheid van Ferry de Jong. Dit is een uitgave in de reeks Oratio waarvan recent nieuwe delen als Religie zonder God (Ger Groot & Theo de Boer) en De ziel opnieuw (Renée van Riessen) verschenen. Deze reeks wordt uitgegeven door Uitgeverij Sjibbolet. De recensie over Straf, schuld en vrijheid kunt u hieronder nalezen.

***

In het tegenwoordige strafrechtwetenschappelijke onderzoek lijkt nog betrekkelijk weinig belangstelling te bestaan voor rechtsfilosofische reflectie. Gelukkig zijn er uitzonderingen op deze regel: strafrechtwetenschappers die de lange traditie van rechtsfilosofisch onderzoek voortzetten en trachten hedendaagse ontwikkelingen in een breder perspectief te plaatsen, teneinde daarmee tot een onderzoekskader te komen om op basis daarvan complexe vragen over het strafrecht te lijf te gaan.

Ferry de Jong, werkzaam aan de Universiteit Utrecht, is zo’n strafrechtwetenschapper. Van zijn hand verscheen in 2011 in de essayreeks Oratio van uitgeverij Sjibbolet Straf, schuld & vrijheid. Pijlers van ons strafrecht. Het boeiende essay behandelt het thema van schuld in het strafrecht. Wanneer een strafrechtjurist aan schuld denkt, denkt hij aan het kunnen toerekenen van een wederrechtelijke gedraging aan een persoon, wat het opleggen van straf mogelijk maakt. In het strafrecht zeggen we dan: geen straf zonder schuld. Dat wil zeggen: geen straf zonder dat een wederrechtelijke gedraging kan worden toegerekend aan een persoon die niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het plegen van die gedraging. Strafrecht is daarmee onlosmakelijk verbonden met de aloude notie van wilsvrijheid.

Het schuldbeginsel staat tegenwoordig onder meer onder druk als gevolg van de opkomst van de neurowetenschappen. Daaronder wordt een verzameling van verschillende onderzoeksvelden verstaan die gericht is op het verklaren van menselijk gedrag in termen van activiteit in de hersenen. De neurowetenschappen hebben een hoge vlucht genomen. In de Verenigde Staten woedt al een kleine twintig jaar een debat over de gevolgen van de resultaten van neurowetenschappelijk onderzoek voor onder andere het strafrecht. De meest radicale consequentie van dat onderzoek lezen we in de titel van de bestseller van Victor Lamme, De vrije wil bestaat niet (2010).

Deze provocerende titel maakt duidelijk dat het aloude ideaal van wilsvrijheid, waarop ook het ‘met moeite opgetuigde staketsel van strafrechtelijke begrippen’ is gefundeerd, niet zonder meer nog wordt omarmd. Concreet heeft dat ertoe geleid dat verdachten verweer hebben gevoerd tegen een door hen gepleegd delict dat neerkomt op ‘my genes made me do it’. Als het kennelijk de genen (of hersenen) zijn die iemand tot bepaald gedrag brengen, dan kan van schuld voor dat gedrag geen sprake zijn en kan er dus niet worden gestraft. Hoewel onsuccesvol, hebben deze verweren tot veel debat geleid.

De neurowetenschappen hebben een dominante positie verworven. Het strafrecht is in de verdediging gedrongen. De Jong probeert een uitweg te vinden door tot een ‘herwaardering van de begrippen schuld en toerekeningsvatbaarheid’ te komen. Juristen moeten niet pretenderen te weten dat wilsvrijheid bestaat, noch dat zij exact kunnen omschrijven wat daaronder zou moeten worden verstaan, maar moeten volgens De Jong wel durven uitgaan van de ‘redelijkheid’ van een notie als wilsvrijheid, die ‘het noodzakelijke sluitstuk vormt van het totale strafrechtelijke begrippenstelsel.’

Allereerst formuleert De Jong een antwoord op de vraag hoe en binnen welk interpretatief kader oordelen over strafrechtelijke verantwoordelijkheid tot stand worden gebracht. Het schuldoordeel is niet alleen een feitelijk oordeel, maar bevat ook normatieve waarderingen die op elkaar betrokken zijn. Voor het vaststellen van schuld gaat het niet om absolute zekerheid. Schuld kan slechts worden vastgesteld als de gedraging in termen van een verhaal wordt verteld, waarin de dader optreedt als acteur. In een verhaal krijgen feiten een bepaalde normatieve lading; de ordening van de feiten is een constructie waarin onder andere een relatie wordt gelegd tussen de feiten en de acteur. Schuld is dus niet natuurgegeven, maar gevormd in een ordening van de feiten in een verhaal.

Vervolgens veronderstelt De Jong, volgens mij niet onterecht, een bepaald, diep in onze cultuur verankerd mensbeeld, dat wordt gekenmerkt door het vermogen tot symbolisering, dat wil zeggen de mogelijkheid om met behulp van taal de werkelijkheid op een bepaalde manier te duiden en betekenis te geven. Daardoor ontstaat een zekere afstand tussen de werkelijkheid en de mens, waardoor de mens in staat is op de wereld om hem heen te reflecteren en datgene wat de ander zegt en doet te interpreteren. Die mogelijkheid tot reflectie duidt op vrijheid, die volgens De Jong zodanig is ‘ingeslepen’ dat een notie van vrijheid kan worden onderkend.

Klik hier om het hele artikel te lezen op de website van het Nexus Instituut.

Deel:
VORIGE ARTIKEL

Geplaatst door - - 1 reactie
VOLGENDE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie

Geef een reactie