Prijsvraag Onder vreemden

23
4
Fotograaf Karin Wijnen
Fotograaf Karin Wijnen

Het thema van de Boekenweek 2014 (8 tot en met 16 maart) is Reizen, het motto: Ondertussen ergens anders. Filosoof Ruud Welten (verbonden aan Tilburg University) schreef het essay Onder vreemden. De ander in reisliteratuur.

Door te reizen leren we andere delen van de wereld kennen, andere culturen, andere mensen, maar komen we ook onszelf tegen. Reiservaringen kunnen ons verrijken en wijzer maken. We kunnen tijdens het reizen in nieuwe, onverwachte situaties komen, waardoor onze kijk op het leven verandert. Dat is een soort van kennis die we niet ontlenen uit een boek, maar uit een reis.

Maak kans op een exemplaar van Onder vreemden
Beschrijf hieronder in maximaal 150 woorden een grote, of juist kleine zelf beleefde reiservaring, die voor jou belangrijk was en die je graag met anderen wilt delen. En wie weet, misschien wordt dit een nieuw publicatieproject. De drie beste inzendingen worden beloond met een exemplaar van Onder vreemden.

Voorwaarden

  • Ruud Welten en de uitgever beoordelen de inzendingen. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd.
  • De actie loopt tot en met 31 maart 2014. In de eerste week van april worden de winnaars per e-mail bekend gemaakt.

 

PS. Fotografie Karin Wijnen.

23 REACTIES

  1. Zomer in een metropool vol metro’s. Ik kom de mooiste man tegen die de stad mij geeft. Hij heeft liedjes die hij met mij op het perron gaat delen. Hij zingt een nummer, eerst stilletjes over mijn schouder. Het treinstel nadert en zijn gezang klinkt harder, dendert over daken, langs muren die volgeschreven zijn.

    Een zon zakt in een wijk vol immigranten. De klanken van het lied vallen op een bus die de wijk uitrijdt, weg naar het zuiden, terug naar huis. Ik wil ook naar huis, heimwee in mijn buik. Niet in mijn hoofd omdat ik daar nu aan het zingen ben.
    Het is heimwee omdat ik mij in een stad bevindt die lijkt op mijn woonplaats.

    Wij zijn klaar en stappen in, de man moet er eerder uit en geeft mij een hand en een omhelzing. Hij bedankt mij en vraagt of ik het wil delen, het lied.

  2. Een paar jaar geleden ben ik voor het eerst met mijn eigen auto gaan kamperen. Samen met mijn vriendin ben ik vertrokken zonder een eindbestemming in gedachten. Uiteindelijk eindigden we aan de kust van Frankrijk. Het moment van waarheid vond plaats bij een ondergaande zon, een aangename temperatuur en met het geluid van de zee op de achtergrond: ik ervaarde voor het eerst een gevoel van liefde voor mijn auto.

    Een zwarte Volkswagen Polo uit 1996. Met metalen velgen en veels te grote boxen achterin. Een echte non-Vincent auto. Maar met wat was het een plaatje zo in de zon. Hij had ons de hele dag voortreffelijk gediend, dit oude werkpaard. De hele dag in de bedrukkende hitte gereden met het raam open en de haren in de wind. De volume vol opengedraaid omdat het anders niet boven het geluid van de wind en motor uit kwam. En nu stonden we daar, aan de kust, onder een perfecte ambiance, wat kan het leven mooi zijn.

    Mijn liefde is nooit over gegaan.

  3. In januari 2011 was ik vijf dagen op het Italiaanse eiland Sardinië. Met één rugzak, zonder plan, alleen de wens om flamingo’s te zien, want die schenen daar veel voor te komen. Op mijn eerste avond in Oristano dronk ik een glas witte wijn in een kroeg. Buiten met een sigaret vroeg ik aan een man met donkere krullen waar ik hier goed kon eten. ‘Bij mij thuis’ zei hij. Uit zijn gebrekkige Engels begreep ik dat een vriendin van hem zou koken, een andere vriendin zou ook komen en ik mocht ook mee eten, als ik wilde. Dankbaar ging ik op het aanbod in. Bij gebrek aan gemeenschappelijke taal luisterde ik de hele avond glimlachend naar de Italiaanse gesprekken. Op mijn laatste vakantiedag reed hij mij in zijn auto naar een meer waaraan meer dan honderd flamingo’s stonden. Het regende. We keken zwijgend uit het raam.

  4. In een yurt in Turkije, kruip ik zo snel mogelijk onder mijn klamboe. De kans is klein dat er geen mug mee naar binnen is gevlogen, dus smeer ik mezelf helemaal in met anti-muggenspul. Ik kan de sterren zien en de schaduwen van de vele krekels. Vijf milligram melatonine is vast niet genoeg om de eerste vliegervaring van mijn leven te laten bezinken. Het was me de drie weken obstipatie meer dan waard. Morgen zal de zon me wekken. De dag zal beginnen met yoga en mediteren, gevolgd door een vast heerlijk ontbijt. Er is een zwembad en een prachtige omgeving om te wandelen in deze ‘middle-of-nowhere’. Zou ik hier dan echt even de rust vinden, die ik in Nederland niet vinden kan? Het zal me verbazen, maar ik ben straks in ieder geval een ervaring rijker. Als kind kwam ik immers niet verder dan Zeeland of Limburg.

  5. Zittend in de schaduw met een buitentemperatuur van 55° en een prachtig uitzicht, wordt ik overwelmd door een serene rust. Nooit eerder heb ik zo lang stil kunnen zitten en pas nu komt het besef wat ik al die tijd heb gemist. Non-stop ben ik overvallen door prikkels en ruis, heb ik mijn best gedaan om mij aan de heersende opvattingen te schikken en ben ik altijd bezig geweest met haasten. Nooit eerder heb ik stilgestaan bij de schoonheid van het leven zelf. Wat kan het leven toch mooi zijn als je er de tijd voor neemt en wat zou ik graag willen dat dit moment eeuwig zou duren. Helaas is mijn avontuur bijna ten einde en zal ik binnenkort weer terug naar huis moeten. Toch raar, dat ik juist op deze plek, dichter bij mezelf kan komen dan ik ooit ben geweest. (K. Stoffelen, infanterist in Afghanistan, 2007).

  6. Mijn dagboek 05-04-2008:
    ‘Ik zie de sterren aan de hemel staan, binnen is het muisstil, iedereen slaapt. Ik voel de nu nog koude grond met mijn blote voeten en denk terug aan gister. Het meest relax vind ik het gewoon in de bus zitten met de meest fantastische ozzie songs op de achtergrond en de outback aan me voor bij zien gaan. Iedereen stil en genietend van het über Australië-gevoel. Heerlijk. Nadenken over mezelf, over mijn vrienden en familie in Nederland, over mijn toekomst als ik terug kom, over mijn reis hier.. Ik vraag me af of dit nou ultiem geluk is? Of is mijn geluk met familie en mijn lieve vrienden? Of komt deze vraag doordat ik nu 24 uur vliegen en vele, vele kilometers van ze afzit? Ik heb nog zo veel vragen.. Uiteindelijk heb ik het idee nog maar even laten liggen voor een latere denk sessie.’

  7. Nog anderhalf uur, en het eerste deel van mijn reis uit Auckland zit er op. Mijn hoofd is zwaar en ik heb weinig geslapen. Het verleden is klaar, en de schakelaars worden omgezet. En meteen groeit ook het besef wat ik miste uit Nederland, en dat was niet alleen mijn moeder. Het is de kneuterigheid van onze stip op de kaart, de gure herfstdagen, de dijken en de boerendorpen, de kroketten en de wadden, de Lemelerberg.

    Op tien kilometer hoogte vlieg ik tussen twee werelden. De wereld waar ik nog niets had mogen opbouwen, en de wereld waarin ik met niets zal terugkeren. Het is beangstigend, maar bevrijdend tegelijk…

    ‘Would you like some more drinks, sir?’

    Ik ga naar huis, waar mijn moeder wacht, waar boeren hun vrouwen zoeken, waar geen zwavel uit de grond komt, en waar het water gewoon door de IJssel stroomt…

  8. Nog anderhalf uur, en het eerste deel van mijn reis uit Auckland zit er op. Mijn hoofd is zwaar en ik heb weinig geslapen. Het verleden is klaar en de schakelaars worden omgezet. En meteen groeit ook het besef wat ik miste uit Nederland, en dat was niet alleen mijn moeder. Het is de kneuterigheid van onze stip op de kaart, de gure herfstdagen, de dijken en de boerendorpen, de kroketten en de wadden, de Lemelerberg.

    Op tien kilometer hoogte vlieg ik tussen twee werelden. De wereld waar ik nog niets had mogen opbouwen, en de wereld waarin ik met niets zal terugkeren. Het is beangstigend, maar bevrijdend tegelijk…

    ‘Would you like some more drinks, sir?’

    Ik ga naar huis, waar mijn moeder wacht, waar boeren hun vrouwen zoeken, waar geen zwavel uit de grond komt, en waar het water gewoon door de IJssel stroomt…

  9. Het is 35 graden celcius en het heeft de hele dag geregend. Zo hard dat de brug is weggespoeld. De zon zakt razendsnel naar beneden en verlaat haar, nu wolkeloze, gewelf. De nachtelijke gevaren uit het donker wordende oerwoud achter ons sluipen dichterbij. Aan de overkant wachten de veiligheid van het licht en het comfort van een warme maaltijd. De krokodillen op beide oevers glimlachen terwijl ze met elkaar weddenschappen afsluiten over wat wij gaan doen. Na 5 minuten besluiten we te gaan. We schatten in dat het water een halve meter diep is. We hopen op een harde bodem. We redden het. Net. Aan de overkant stoppen we de jeep en gaan op de motorkap zitten. We beseffen ineens dat het oerwoud kan oordelen met de mildheid van een geliefde en de hardheid van een scherprechter. Wij vonden mildheid. Dag oerwoud, dag Costa Rica. Pura Vida!

  10. Vier weken lang heb ik niets gedaan en gewacht, zonder te weten waarop. Omdat ik genoeg had van het onderweg zijn, dat tegelijk doel was, verdween door het bereikt hebben van dit doel langzaam de voldoening en bleef er niets over dan de trieste leegte van het reeds te lang voldaan zijn.

    Maar nu ben ik weer aan het fietsen en alles is ervaring en conclusie tegelijk. Willen uiteenspatten als een golf om het blauw van de lucht en opgaan in de uitzichten omdat je er niet tegenover kunt blijven. Registratie van elke meter. Zweten in stroompjes en kippenvel en overgeven. Razende wind. Opgaan in angst want sneller naar beneden dan je durft en spanning tot de spits drijven door voor ogen te houden hoe dichtbij de dood nu is.

    Doodop en misselijk kom ik terug. ‘Het was goed,’ zeg ik tegen mezelf, ‘je bent te ver gegaan.’

  11. Dag ,

    Na een bijna één jaar spectaculaire durende reis van Kosovo-Slovenië-Duitsland kwam ik vermoeid in Amsterdam Centraal aan. Het was voorjaar 1992, ik had tot die tijd alleen demonstraties en protesten meegemaakt waar ik zo veel mensen bij elkaar gezien had, dus eerst dacht ik dat er bij Amsterdam centraal dat ook het geval was. Natuurlijk was dat niet zo, mensen liepen gewoon naar hun reisdoel net zoals ik dat deed. Alleen voor mij was het één onzekere reisdoel met veel spanningen. Op dat moment verscheen één wat onverzorgde man voor mij en vroeg me direct waar ik vandaan kwam, ik aarzelde geen seconde om hem te antwoorden dat ik uit Europa ben, die reageerde daarop dat wij allemaal uit Europa komen maar wilde weten uit welke deel. Daarop heb ik gelachen en weer veder gelopen om mijn doel te bereiken.

  12. We zitten op zo’n typisch plein in Midden-Amerika. De lucht is knalblauw. We moeten steeds maar verder en willen nog zoveel zien en van ons lijstje afstrepen. We hebben geen tijd om op een bankje te zitten. Heel even dan…We kijken naar mensen die duiven voeren. Er zit oude een man naast ons op het bankje. Hij begint in het Spaans een gesprek met ons. De tijd verstrijkt, maar we willen nog niet weg. De man laat een foto van zichzelf zien op een pasje. Als we z’n geboortedatum zien, blijkt ie 40 te zijn. We worden weer even geconfronteerd met onze Westerse blik. We delen wat geroosterde kastanjes. Uiteindelijk stappen we toch weer op. Zo’n middag op een plein zonder naam ergens in Midden-Amerika heeft onze blik weer verruimd. Daar kan geen bezienswaardigheid uit welke reisgids ook tegen op.

  13. Hij was een Engelse surfer. Ik ontmoette hem aan de Zeeuwse kust. Op een zomernacht, zittend in het strandzand vertelde hij mij verhalen over verre reizen, de vrijheid en de natuur. Ik werd verliefd. Hij wakkerde de begeerte naar avontuur in mij aan.
    Paar maanden later leerde ik in Australië de levenskunst van het surfen kennen. In het ochtendlicht rolden de golven als donder in de branding. Vastberaden peddelde ik door de woestheid van moeder natuur. Eenmaal door de branding gekomen wachtte mij sereniteit. Ik dreef en keek uit over de kalme oceaan glinsterend bij zonsopgang. Hierna surfde ik op de ultieme golf terug naar de kust. Mijn lijf vulde met adrenaline! Het gevoel was onbeschrijfelijk.
    Mijn surfer van de Zeeuwse kust zag ik helaas nimmer meer. Maar in een nacht gaf hij mij de passie voor het leven terug die ik verloren was.

  14. Puffend en kreunend werkt onze oude sovjetbus zich door bergketens en afgelegen herdersdorpen. We zijn op weg naar Galicnik, een afgelegen bergdorp dat wereldberoemd is vanwege het tradionele huwelijksfeest dat hier ieder jaar op st. Peter dag gevierd wordt. Vier dagen lang zou er in het dorp het rauwe rytme van de bezeten muziek klinken, de trommels zouden de dageraad verkondigen en de klarinetten zouden de zon achterna zingen. De spelregels zijn simpel: Het knapste stel uit het dorp wint en wordt, onder het toeziend oog van honderden toeschouwers, in het echt verbonden.
    Als we die middag het kleine museum in het stadhuis bezoeken raken we in gesprek met een dame. Ze woont in Australië. Ontroerd vertelt ze ons dat ze het dorp na veertig jaar weer bezoekt. Ze troont ons mee naar een zwart-wit foto aan de wand. ‘Kijk, mijn grootouders! Ooit verkozen tot het knapste stel,’ zegt ze door haar tranen heen. ‘Ik heb hen nooit meer kunnen bezoeken. Totdat de muur viel.’ Het was een ontroerende ontmoeting.

  15. Kreunend werkt onze bus zich door bergketens en afgelegen herdersdorpen. We zijn op weg naar Galicnik, een bergdorp dat wereldberoemd is vanwege het tradionele huwelijksfeest dat hier ieder jaar op st. Peterdag wordt gevierd. Dagenlang zou in het dorp het rauwe ritme van de bezeten muziek klinken, de trommels zouden de dageraad verkondigen en de klarinetten zouden de zon achterna zingen. De spelregels zijn simpel: Het knapste stel uit het dorp wint en wordt, onder het toeziend oog van honderden toeschouwers, in het echt verbonden.
    Als we het kleine museum bezoeken, raken we in gesprek met een dame. Ze woont in Australië. Ontroerd vertelt ze ons dat ze het dorp na veertig jaar weer bezoekt. Ze troont ons mee naar een zwart-wit foto aan de wand. ‘Kijk, mijn grootouders! Ooit verkozen tot het knapste stel,’zegt ze door haar tranen heen. ‘Ik heb hen nooit meer kunnen bezoeken. Totdat de muur viel.’

  16. Ik kan mij een moment nog heel goed herinneren. Ik was op vakantie met mijn ouders, broer en zusje naar Turkije. Normaal verblijven wij dan een aantal weken in Ankara en een weekje in het dorp, maar dit keer was het anders. Mijn oom besloot mijn hele gezin mee te nemen naar een van de beroemdste plekken in Turkije. Het was een historische plek waarvan ik de omgeving heel goed aanvoelde. Je kon daar helemaal tot de top van de berg klimmen en dan zag je de hele horizon. Mijn broer en ik klommen dus naar de top en dit klinkt dan heel erg cliché, maar toen ik boven op de top van de berg stond, voelde ik mij onoverwinnelijk Het leek net alsof alles mogelijk was en ik dacht nog tegen mijzelf, ik wilde dat ik hier voor altijd kon blijven staan. Het was een ongelooflijk mooi uitzicht.

  17. Kreunend werkt onze bus zich door bergketens en afgelegen herdersdorpen. We zijn op weg naar Galicnik, een bergdorp dat wereldberoemd is vanwege het tradionele huwelijksfeest dat hier ieder jaar op st. Peterdag wordt gevierd. Dagenlang zal in het dorp het rauwe ritme van de bezeten muziek klinken, de trommels zullen de dageraad verkondigen en de klarinetten zullen de zon achterna zingen. De spelregels zijn simpel: Het knapste stel uit het dorp wint en wordt , onder het toeziend oog van honderden toeschouwers, in het echt verbonden.
    Als we het kleine museum bezoeken, raken we in gesprek met een dame. Ze woont in Australië. Ontroerd vertelt ze ons dat ze het dorp na veertig jaar weer bezoekt. Ze troont ons mee naar een zwart-wit foto aan de wand. ‘Kijk, mijn grootouders! Ooit verkozen tot het knapste stel,’zegt ze door haar tranen heen. ‘Ik heb hen nooit meer kunnen bezoeken. Totdat de muur viel.’

  18. De sloppenwijk van Sao Paulo

    Sao Paulo is een immense business stad, een ware ‘concrete jungle’. Helikopters vliegen zakenlui van wolkenkrabber naar wolkenkrabber en hordes voetgangers steken de straat over wanneer het licht op groen springt. Maar dit is slechts één beeld van Sao Paulo. Op nog geen uur rijden, begeef je je in een totaal ander wereld: de favella’s.

    Er lopen veel zwerfhonden en kippen rond, afval en uitwerpselen liggen overal. De huizen zijn niets meer dan rode baksteen en een golfplaat als dak. Binnen ligt er één versleten matras, waarschijnlijk uit een afvalcontainer gehaald. Maar de inwoners van de sloppenwijk lijken tevreden: kinderen spelen lachend met een lekke voetbal of pop zonder ledematen. Hun vaders roken tevreden pijp en vrouwen doen een handwas bij het gemeenschapsgebouw.

    Het contrast tussen deze twee werelden is zo groot, terwijl ze zo dicht bij elkaar liggen. Fascinerend!

  19. Een jaar of twaalf geleden was ik op rondreis in Vietnam. Bij een Irish Pub in Ho chi min stad vroeg ik om een Irish coffee. De eigenaar, waarschijnlijk een Amerikaan, had daar nooit nog nooit van gehoord. Ik heb hem toen verteld wat de ingredieenten waren. Even later kwam hij met een flinke mok met als hoofdbestanddeel whiskey, een klein beetje koffie en opgeschuimde melk. Hij was zo blij met het “recept”, ging het opnemen in z’n drankjeslijst en ik hoefde er niks voor te betalen.

  20. Kemphanen
    ‘Es ist mir klar; Andreas hat die schönste photo einer Kampfläufer gemacht’, zegt ze. Boris en Rick zijn duidelijk teleurgesteld. Naast mij aan de ontbijttafel van hotel Bartlowizna in Goniadz, Oost-Polen zit een groepje Duitse boswachters. Ze kijken op de schermpjes van hun digitale camera’s naar de foto-opbrengst van gisteren. Er is slechts één vrouwelijke boswachtster: Harriet.
    Herman Vuijsje beschrijft deze plek, het stroomgebied van de rivier de Biebzra in ‘De prijs van het paradijs’: ‘Weer heb ik het gevoel dat alles dat we in Nederland hebben, hier ruimer en minder aangetast voorhanden is: volop dotters, rijen populieren, elzenkatjes met van dat sexy gele stuifmeel… In de moeraswieden vind je weidevogelvegetaties van drie paar per hectare, tienmaal zoveel als in normale en driemaal zoveel als in goede weiden in Nederland’. Hier wemelt het nog van de kemphanen.
    Kemphanen waren ooit een veel voorkomende broedvogel in het gebied waar ik woon, het Wormer-Jisperveld. De cijfers zijn dramatisch; vanaf 1970 halveert de broedpopulatie elk decennium.
    Met de kano varen we over de Biebzra en zien de kemphanen kempen. De mannetjes zijn zo kleurrijk en groot dat de vrouwtjes eerder op zwarte- of groenpootruiters lijken. Zo niet de mannetjes; de één lijkt op Geert Wilders met een witte kuif en de ander heeft wel iets van Elvis. In de groepjes botst de ene verenmans tegen de andere en springt dan op een vrouwtje om te paren. Het gaat razendsnel.
    Bij kemphanen komt het voor dat het vrouwtje bevrucht wordt uit onverwachte hoek. De Nederlandse ornitholoog Joop Jukema ontdekte dat een populatie kemphanen bestaat uit vrouwtjes, territoriale mannetjes (met de kleurige ‘manen’), satellietmannetjes (deze zijn vaak wit en niet zo dominant) en zelfs mannetjes met het verenkleed van een vrouwtje. Zij paren ‘stiekem’ met een vrouwtje terwijl die domme territoriale mannetjes aan het vechten zijn.
    Het menselijk paringsritueel neemt meer tijd in beslag; het is duidelijk dat Andreas de beste fotograaf is, maar heeft hij ook de mooiste haardos? ’s Avonds zie ik dat Boris en Harriet gezellig met een Lomza-biertje aan de bar zitten. Dat had ik niet verwacht; wat moet Harriet nou met die iele Boris? Misschien is Boris een satellietmannetje.

  21. Na een bijzondere rondreis door India zat ik op de een na laatste avond in een bootje op de Ganges en keek met grote verwondering en in stilte naar het spectaculaire schouwspel.
    Lijkverbrandingen aan de oever,lichamen omwikkeld met gekleurde doeken in het water,talloze waxinelichtjes op een groen blad in dobberend op de rivier de Ganges en het geluid van het eentonige gezang van een aantal priesters begeleid door de trom die werd bediend door een kale,geheel in het wit geklede jongen van ongeveer 12 jaar. Daarbij zwemmende kinderen,wassende vrouwen in prachtige sari’s,zichzelf wassende bejaarden, de rookwolken die opstegen ….en de thee die werd geschonken met- naar een half uur later bleek -een flinke kakkerlak in mijn bekertje.
    Het was een cultuurschok.
    De tranen liepen over mijn wangen door deze enorme en bijzondere belevenis en hoewel ik door mijn verminderde weerstand (voortdurend problemen met het voedsel wat ik niet kon verdragen)met een chronische ziekte ben teruggekeerd heb ik geen spijt van deze meer dan fantastische reis!

  22. Vanavond op bezoek bij Yusuf, een kennis in Dammam, het hete Saudi Arabië. We zitten op de grond en eten heerlijke Arabische gerechten; kapsa, kip met rijst. Met Yusuf kan je zonder voorbehoud over alles discussiëren. Hij is net dertig, denkt hij. Dat is eigenlijk niet belangrijk.
    ‘De doodstraf wordt bij jullie erg snel voltrokken,’ begin ik.
    ‘En bij jullie helemaal nooit,’ zegt Yusuf kortaf. ‘Weet je nog, een paar jaar geleden in Frankrijk? Daar had je een moordenaar, Mesrine heette hij. Die Mesrine werd voor een moord tot twintig jaar gevangenis veroordeeld. Hij ontsnapte en vermoordde tijdens overvallen nog achttien mensen. Vluchtend voor de politie werd hij in zijn auto doorzeefd met kogels. Dat was dus achttien moorden te laat. Bij ons hadden die achttien mensen nog geleefd.’
    Bij ons hadden die achttien nog geleefd, die zin dreunt langzaam door, en ik twijfel.
    Ik heb niets meer te zeggen

LAAT EEN REACTIE ACHTER