Spinoza

Spinoza: meer koopman dan dominee

Miriam van ReijenIn mijn eerder bij Klement verschenen algemene inleiding in Spinoza’s filosofie (Spinoza. De geest is gewillig, maar het vlees is sterk, 2008, 5e druk 2013) wilde ik laten zien dat Spinoza, die doorgaans als een moeilijk te lezen en te begrijpen filosoof wordt beschouwd, juist een bij uitstek praktische filosofie heeft. Steeds meer kreeg ik daarna de idee dat de toepasbaarheid van zijn filosofie in het dagelijkse leven, in menselijke relaties, in organisaties en in de politiek, wel eens te maken zou kunnen hebben met Spinoza’s achtergrond als koopman. En bij herlezing van zijn werk vielen mij de plaatsen op waarin hij zelf expliciet wijst op het nut van zijn filosofie voor iedereen. “Doe er je voordeel mee”, raadt hij aan! Zo is dit nieuwe boek Spinoza in bedrijf, van passie naar actie ontstaan, waarin ik een aantal van dergelijke teksten eens op een rijtje heb gezet.

Spinoza blijkt inderdaad meer de koopman te zijn dan de dominee. Hij is een realist en geen moralist. Hij stelt bijvoorbeeld dat voorzichtigheid en tact in de omgang met andere mensen belangrijker is dan eerlijkheid. Een wijs mens houdt zich aan de wet en aan de gangbare omgangsvormen, ook als hij het er niet mee eens is of het voor zichzelf niet nodig vindt. Hij weet immers dat het gemeenschappelijke voordeel van het leven in een maatschappij zwaarder weegt dan de eigen mening zonodig te pas en te onpas kunnen uiten. Spinoza vindt het een goede zaak om zich in het spreken en schrijven aan te passen aan de gebruiken en aan het bevattingsvermogen van anderen. Het is mogelijk om anders te denken dan anderen, en zich toch conform de sociale context te gedragen om zich niet in de problemen te brengen en anderen niet onnodig te irriteren. Na het verbod van zijn Theologisch-politiek traktaat besloot hij de Ethica maar niet te publiceren. Hij hoefde geen held te zijn. Immers: ‘De geesteskracht van de vrije mens blijkt net zo goed uit het vermijden van gevaar als uit het overwinnen ervan.’[1]

Spinoza ontkent het bestaan van een absoluut en universeel goed en kwaad. Ook goed en kwaad herformuleert hij in termen van wat nuttig of schadelijk voor iemand is. Het is het beste te vergelijken met de begrippen gezond en ongezond. Je bent geen moreel slecht mens als je ziek bent, maar een gezond iemand is wel beter af. In zijn Ethica staat dan ook geen enkele ethische richtlijn of morele norm, ze bevat alleen praktische leefregels in de trant van ‘als je dit denkt, dan heeft het dat effect en als je dat weet, dan heeft het dat effect’. Naast het vervelende gevoel hebben de passies nog andere nadelen. Handelen vanuit een passie, bv. uit woede, is vaak minder effectief.  Passies kosten veel energie, belemmeren goed nadenken, en komen altijd later dan inzicht. Het vervelende eraan is ook dat anderen geen last hebben van jouw geïrriteerde gevoel en er dus ook vaak niet door veranderen. Passies zijn op zich nooit nuttig, want ze bevorderen het eigenbelang niet.

Spinoza’s politieke filosofie eindigt met een modern en actueel item: ondanks de onuitroeibare diversiteit van meningen en belangen, houdt hij een pleidooi voor een radicale vrijheid van meningsuiting. Zijn pleidooi verschilt echter van het actuele debat, in die zin dat hij, als de wijze koopman die hij is en blijft, nuchter vaststelt dat het tolereren van andere meningen nuttig is voor de handel en voor de bloei van de economie. De koopman wint het van de dominee, de realiteit wint het altijd weer van de moraal, het leven is sterker dan de leer. De structuur en de inrichting van een staat of een organisatie is volgens Spinoza belangrijker dan individuele goede wil of geloof in ethische normen. Hij vindt het een zwaktebod om van dat laatste afhankelijk te zijn voor het bereiken van belangrijke gemeenschappelijke doeleinden. Zijn uitgangspunt is dat mensen zijn zoals ze zijn, dat wil zeggen, dat ze altijd noodzakelijk uit zijn op het behartigen van wat ze als hun eigen belang zien. Daarom is het effectiever om daarop een beroep te doen in plaats van, wat vaak gebeurt, het eigenbelang als motief te ontkennen of bestrijden en verwachten dat mensen handelen vanuit een abstract algemeen belang. Als voorbeeld van zijn realisme nog één citaat uit zijn Politieke Verhandeling  (II.12): ‘Iemand die iets heeft beloofd, heeft alleen nog maar met woorden beloofd iets te doen of te laten dat men nu nog in staat is om te doen of te laten. Die belofte is maar zolang van kracht als degene die haar gedaan heeft deze niet verandert. Zolang iemand nog niet in de situatie is dat hij zijn belofte moet nakomen, heeft hij alleen nog maar woorden gesproken en dus geen afstand gedaan van zijn macht. Op het moment dat hij meent – en hij is van nature in staat een eigen mening  te hebben (of die klopt of niet maakt niets uit, want zich vergissen is menselijk) – dat het nakomen van die belofte hem meer nadeel dan voordeel oplevert, zal hij op grond van dat idee vinden dat de belofte verbroken moet worden. En dan zal hij die belofte ook verbreken overeenkomstig de natuurlijke macht die hij heeft.’

Miriam van Reijen


Miriam van Reijen, gepromoveerd op Spinoza en hoofddocent  Filosofie & Praktijk aan de ISVW, nam  in 2011, samen met o.a. Hans Achterhuis en Stine Jensen, als docent deel  aan de collegereeks ‘Filosofie voor managers’ aan Nyenrode Business Universiteit. Van haar verscheen bij Uitgeverij Klement onlangs haar nieuwe boek Spinoza in bedrijf.

[1]Ethica IV, st. 69.

 

 

Deel:
VORIGE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie
VOLGENDE ARTIKEL
Geplaatst door - - 0 reactie

Geef een reactie