Geen categorie

De strijd van het kleine meisje

Sanne van Driel won met haar boek De strijd van het kleine meisje, haar afstudeerscriptie, de Van Helsdingen aanmoedigingsprijs van de Stichting Psychiatrie en Filosofie. Haar boek verscheen onlangs bij Uitgeverij Klement. Je kunt hier het voorwoord lezen.

‘ Schrijven is zeker niet het opleggen van een (uitdrukkings)vorm aan de materie van de geleefde ervaring… Schrijven is een kwestie van worden.’ Gilles Deleuze.‘

‘Het [is] een filosofische oefening met als inzet te weten te komen in hoeverre het denken van je eigen geschiedenis het denken kan bevrijden van wat het stilzwijgend denkt en het de gelegenheid kan bieden anders te denken.’ Michel Foucault.’

Nu dit boek hier ligt, zou ik het anders willen schrijven. Vrijer, omdat ik geen greep meer zou hoeven krijgen op iets wat mijn verstand vele malen te boven gaat – niet omdat ik alles nu begrijp, maar omdat een vrijere relatie tot de lichamen mogelijk is geworden. Ik heb het niet in de eerste plaats over anorexia, de voor het ‘gezond verstand’ onbegrijpelijke grenservaring die de aanleiding vormt voor dit schrijven. Ik heb het over de filosofie die ik als ingang koos om deze ervaring te denken, en anders te denken dan een door persoonlijke geschiedenis, psychologie en populaire media ingegeven verhaal. Deze voor het ‘gezond verstand’ in de eerste ontmoeting onbegrijpelijke filosofie – de ‘differentiefilosofie’ van Michel Foucault en Gilles Deleuze – zou meer moeten bieden dan een verklaring voor een ‘ziekte’ of een methode om er vanaf te komen. Maar om daarmee te kunnen werken en denken, moest ik in het diepe springen en hopen dat ik zoals het kleine meisje Alice (in Wonderland) een weg naar de oppervlakte zou vinden, greep zou krijgen op de materie zonder die opnieuw in een dood, zwaar lichaam van Waarheid te fixeren.

Het schrijven van dit boek is daarmee een herhaling en herneming van een anorectisch proces, als we dit proces opvatten als een poging greep te krijgen op een lichaam, en tegelijk te ontsnappen aan de zwaarte daarvan. In dit proces gaat ergens iets mis: het keert zich tegen zichzelf en maakt het lichaam kapot. De rigide fixatie die het streven naar lichtheid doet veranderen in wat Deleuze een doodslijn noemt, heb ik ‘los’ willen schrijven. Dit schrijven is niet zozeer therapeutisch, als wel een (lichamelijke) doorwerking van de filosofie in het denken over ‘mijzelf’ – wat niet betekent dat deze tekst over mij gaat, maar eerder, met Foucault, over de vraag hoe het denken over ‘zichzelf’ tot stand komt en hoe we dit anders kunnen denken.

Hoe kun je een ‘ziekte’ die het lichaam kapotmaakt ‘beter’ schrijven? Dit kan alleen als taal werkelijk iets doet: niet slechts beschrijft, maar ook handelt. En als we schrijven in termen van ziek en gezond, slecht en beter, dan moet er een ethiek van het schrijven zijn die de kwalitatieve verschillen daartussen bepaalt. We kunnen niet schrijven met onze neuroses, zegt Deleuze. De schrijver is geen patiënt. Z/hij is een arts, van zichzelf en van de wereld. Dat wil niet zeggen dat schrijvers door de regel in blakende gezondheid verkeren. Het is, zo schrijft Deleuze, de gevoeligheid of ontvankelijkheid van schrijvers die hen vaak fysiek ziek maakt, maar er tegelijkertijd voor zorgt dat een wordingsproces in gang blijft. Schrijven is een
gezonde onderneming voor zover dit het in gang houden van een proces behelst, ook al lijdt het lichaam aan ontvankelijkheidskwalen. Dat wat daarentegen een proces blokkeert, noemt Deleuze, in navolging van Nietzsche, ziek (Deleuze 1998, 3).

Ziek en gezond zijn letterlijk relatieve begrippen: het hangt af van de context en de manier waarop iets in relatie tot die context staat of het als ‘ziek’ of ‘gezond’ gekwalificeerd wordt. Het bepalen van die relationele context is belangrijker dan het oordeel. Sterker nog, het oordeel is de grootste ziekte. Ziek schrijven, neurotisch schrijven, is een veroordelend schrijven, het afschrijven van iets als ziek en neurotisch. Ook al betreft het schrijven een neurotische praktijk, dan hoeven we het nog niet ziek te schrijven. Iets is bovendien nooit ziek óf gezond; ziek en gezond zijn eerder twee dimensies van hetzelfde ‘ding’, twee manieren van lezen en schrijven.

Het viel me tijdens het schrijven zwaar om niet telkens in de valkuil van het oordeel te trappen, het oordeel over ziek en gezond, of dat nu in termen van de medische wetenschap, de publieke opinie of Nietzsche en Deleuze was. Ik heb me vaak een patiënt gevoeld, en een klein meisje, in negatieve zin, tegenover de Grote Mannen-Filosofen waarop ik me beroep. Ik vreesde het oordeel dat ik zelf allang geveld had: anorexia is iets voor domme kleine meisjes. Tegelijkertijd verzette het kleine meisje zich tegen dat oordeel. Zij wil serieus genomen worden – niet als een gemankeerde volwassene, maar als meisje. Dit boek is dan ook vooral een poging te schrijven tegen het oordeel in, een poging te schrijven in weerwil van ‘mezelf’. Nietzsche, Artaud, Deleuze en ook Foucault, zij waren allemaal klaar met het oordeel, van God, van de wetenschap, van welk transcendent principe ook. De vrouwen in dit boek zijn klaar met het oordeel van de Man, Priester, Psychotherapeut, Wetenschapper. Ze worstelen echter met ‘zichzelf’ en de vraag hoe ze vanuit de positie van veroordeelde het oordeel te boven komen. Het meisje functioneert in dit schrijven als het personage dat aan deze onmogelijke positie ontsnapt.

Sanne van Driel

Deel:
VOLGENDE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie

Geef een reactie