Unieke objecten

0
1

Architectuur kan ons in vervoering brengen. Soms zien we schitterende kerken en kathedralen, sprookjesachtige kastelen en adembenemende palazzo’s. Maar ook ‘ordinaire’ woningen uit vervlogen tijden – villa’s, herenhuizen – kunnen ons bekoren door hun schoonheid. De laatste tijd hebben we zelfs ook steeds meer oog voor de esthetische kant van het industrieel erfgoed.

Helaas kijken we ook, en niet zonder afschuw, naar de doorsneegebouwen die in onze eigen tijd worden neergezet. Als leken – want we hoeven geen specialisten te zijn – vragen we ons dan af wat architecten bezielt: zijn ze echt niet meer in staat om iets te creëren dat een lust is voor het oog? We zien banale, inspiratieloze, oninteressante gebouwen die alleen maar opgetrokken lijken te zijn uit pure noodzaak, in opdracht van mensen zonder smaak.

Maar misschien ligt het niet aan de ontwerpers? Misschien is er eenvoudigweg geen tijd en geld meer. Misschien is er geen ruimte meer voor de architect om iets creatiefs te doen, ook al zou hij dat maar al te graag willen.

Een ander probleem is niet zomaar van esthetische aard. Vandaag de dag bouwt men ook vaak enkel functioneel, zo lijkt het toch. Het gebouw op zich heeft dan eigenlijk geen waarde of betekenis. In dat geval heeft het trouwens ook niet zoveel zin om aandacht te besteden aan schoonheid of originaliteit. Er is dus ook een verband tussen beide problemen. Voert een reflectie op architectuur tot cultuurpessimisme? Hebben we te maken met een toenemend betekenisverlies en een om ons heen grijpende ‘ver-lelijking’?

Het is binnen deze context dat Jean Nouvel en Jean Baudrillard met elkaar in gesprek zijn gegaan. Dit gesprek viel zo goed mee, dat besloten werd er nog een vervolg aan te geven. Nouvel (1945) is een prominente hedendaagse Franse architect, die al heel wat belangrijke prijzen in de wacht heeft gesleept (zoals de Pritzker Architecture Prize in 2008) en al bijna honderd realisaties op zijn naam heeft staan, waarvan het Institut du monde arabe in Parijs en de Torre Agbar in Barcelona bekende voorbeelden zijn. Baudrillard (1929-2007) was een internationaal gerenommeerde Franse cultuursocioloog die een veertigtal boeken schreef waarin hij zich vooral bezighield met een analyse van de naoorlogse westerse cultuur.

Het spreekt vanzelf dat Nouvel zich grote zorgen maakt over de vraag in welke mate een architect vandaag de dag nog iets creatiefs en zinvols kan verrichten. Baudrillard lijkt dan meer geïnteresseerd in de vraag of architectuur nog werkelijk een betekenis kan hebben. Tussen beide invalshoeken blijkt bovendien een soort spanning te bestaan omdat tijdens het gesprek de vraag rijst of een toenemende esthetisering – maar dan in de zin van het scheppen van een wereld die op een snelle en oppervlakkige manier onze zintuigen behaagt – juist niet leidt tot een inflatie van waarde en betekenis.

Kan een architecturaal object nog ‘singulier’ zijn? Die vraag lijkt de bekommernissen van beide gesprekspartners te kunnen overkoepelen als we onder ‘singulier’ verstaan: ‘bijzonder’ of ‘uniek’. Op die manier wordt duidelijk dat het woord zowel kan slaan op iets dat uitzonderlijk, dat origineel is en getuigt van creativiteit, als op iets dat onvervangbaar is en een ‘symbolische’ betekenis incarneert. Baudrillard en Nouvel proberen samen de culturele context te analyseren en de vraag te beantwoorden in welke mate er toekomst is voor een interessante en waardevolle architectuur.

Philippe Lepers


Philippe Lepers verzorgde de Nederlandse vertaling van Les objects singuliers. Architecture et philosophie dat onlangs verscheen bij Uitgeverij Klement onder de titel Unieke objecten. Architectuur en filosofie.

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER