Verslag van mijn afgelopen leesweek

1
8

Iedereen voyeur - Ike KamphofZaterdag 9 maart vond in Mechelen (B.) de presentatie plaats van het boek Iedereen voyeur. Kijken en bekeken worden in de 21e eeuw van Ike Kamphof. Mia Vaerman is filosofe en schrijfster. Ze publiceert over dans en theater en vertaalt filosofisch werk en reageerde tijdens de presentatie op ‘Iedereen voyeur’. U kunt hieronder haar reactie (na)lezen.

In hoofdstuk 5 Kijk dit dier in de ogen focust filosofe Ike Kamphof op kijken, ethisch besef en aanvoelen, en dieren. Terwijl ik het laatste hoofdstuk lees liggen mijn twee katten onverstoorbaar te slapen aan mijn zij. Tastbaar leven bij de reflectie.

Kamphof schrijft: (p.165) ‘Denken over de manier waarop we ons kijkend tot dieren verhouden is denken over verschillen en overeenkomsten’.

Maandag 4 maart: Artikel in De Standaard: ‘Hond redt leven Poolse kleuter. Een driejarige kleuter was vrijdag plots verdwenen. De laatste keer dat haar moeder haar zag, speelde ze met hun kleine zwarte bastaardhondje. Een zoekactie van tweehonderd man leverde niets op. Het vroor vijf graden en men begon het ergste te vrezen. Tot een brandweerman de ochtend daarna een zacht gehuil hoorde, in de bossen op zo’n zeven kilometer van het huis. Trouw aan haar zij, lag het kleine zwarte bastaardje. Zijn lichaamswarmte hielp Julia door de ijskoude nacht. Ike Kamphof schrijft: (p. 184): ‘… mensen en dieren, door verschillen heen, kunnen elkaars nood herkennen en elkaar in hun leven opnemen’.

Dinsdag 5 maart: in het Brussels Kaaitheater geeft Vinciane Despret een lezing: ‘Wat zouden dieren zeggen als we ze de juiste vragen stellen?’ Met veel humor gaat de Luikse filosofe op zoek naar wat dieren doen, willen en ‘denken’. Twee documentaires tonen dat schapen niet zo bêtes zijn als we willen geloven, en dat wolven individuen zijn met verantwoordelijkheid voor hun soortgenoten.

Ik lees bij Ike Kamphof (p.167): ‘Onzichtbaar is niet het dier waar wij naar kijken, maar het dier zoals het, met of zonder ons, naar de wereld kijkt en zoals het naar ons kijkt.’

Woensdag 6 maart: in de binnentuin van het kasteel van Gaasbeek ontdek ik twee mannetjes- en twee vrouwtjespauwen. De mannetjes zijn stukken mooier, met wel vijftig pauwenstaartogen aan hun derrière. Om de wijfjes te verleiden en hun nageslacht te verzekeren, leerde ik. Maar zien de pauwenvrouwtjes die mooie pauwenmannetjes wel?, denk ik nu. Misschien horen ze hen liever schreeuwen? ‘Paon’! Of moeten de starende ogen de vijand afschrikken?Andere theorie. Of nog: de mens paaien?

Primatologe Thelma Rowell – uit de documentaire van de avond ervoor – zegt dat we dierengedrag- en hiërarchie teveel zien vanuit onze vooroordelen. Dieren gaan zelfs ageren vanuit onze verwachtingen. Bavianen gedijen bij de mens omdat roofvogels hen niet durven aanvallen als mensen in de buurt zijn

Kamphof noteert: (p. 183): ‘Net als voor mensen is identiteit voor veel dieren niet alleen een kwestie van geboorte, maar het resultaat van de spiegeling door een naaste omgeving.’

Nog woensdag. Het is bijna wereld vrouwendag. De Wereld Morgen besteedt er nu al aandacht aan. Niet zo gek lang geleden werden mannen overwegend gezien als dominant, vrouwen als dom, Zwarten en Indianen als achterlijk. Vreemdelingen worden nog altijd vooral bekeken met argwaan…

Ike schrijft over de menselijke dierentuin tijdens de tentoonstelling van 1897 (p. 179): ‘De kijkers van die tijd herkenden de blikken niet die naar hen terugkaatsten.’

Dieren zijn de laatsten in de rij van onderdrukten die om erkenning vragen. ‘Kijkend naar dieren en de verte waarvan ze komen’, noteert Kamphof(p.169), ‘vraagt de mens keer op keer naar de scheidslijnen en naar het raadsel van zijn eigen bestaan. Hij wint het van het dier, stelt hij zich voor, in zijn opgerichte houding en zijn handen, zijn taal en cultuur, zijn gereedschap en zijn zelfbewustzijn, zijn humor en zijn moraal.’

Tot voor deze week reikte mijn eigen ethiek omtrent dieren niet verder dan verzet tegen dierenleed. Maar Montaigne, vertelt Ike nu, ontziet zijn kat niet uit medelijden of begrip. De poes roept hem niet ethisch aan vanuit een vragende, eisende blik om gelijkheid .Montaigne en zijn kat spelen met elkaar. Gewoon. Het gaat bij hen veeleer om lichaamstaal, om een uitwisseling. ‘Montaigne en zijn kat brengen ons terug bij huisdieren en helpen ons om kijken en ethiek te wortelen in een geleefde en gedeelde wereld’, stelt Kamphof (p.196).

Donderdag 7 maart: In de krant staat elke dag deze week het verslag van Kim De Gelders proces. Hij doodde twee baby’s en een oppas in een kinderdagverblijf. Stak er nog meer met een keukenmes. De partners van de overlevende kinderverzorgsters getuigen over de angst en vooral het schuldgevoel dat hun vrouwen torsen – om wie ze niet hebben kunnen redden.

Kamphof noteert (p.184): ‘Ingrepen in het limbisch brein bij hamsters en apen nemen het vermogen tot zorgen weg en zelfs de totale herkenning van andere levende wezens. Aangetaste dieren trappen over kooimaatjes alsof het lorren zijn. Naast het vermogen tot zorgen zetelt ook het zingen en het spelen in het limbisch brein.’

Donderdagavond zie ik Africa, een voorstelling waarin acteur Oscar Van Rompay in de huid kruipt van een Afrikaan. Hij verft zich zwart en danst. Hij doet dat meesterlijk, heeft er talent voor. ‘Een blanke mens zonder kleren is naakt, een zwarte mens zonder kleren niet. De bruinbronzen huid is zoveel meer dan bloot vel. Het is een identiteit op zich,’ vertelt de acteur. Hij zegt het vanuit een diepe bewondering, zonder het minste dedain. Volledig opgaan in de wilde, donkere, vruchtbare Afrikaanse natuur wil Oscar Van Rompuy. Het stuk gaat over dat verlangen om Afrikaan te worden, en over de onmogelijkheid ervan.

Ike Kamphof noteert (p.190): ‘Er is volgens Derrida geen ander onderscheid tussen mens en dier dan dat mensen zich schamen voor hun naaktheid. Dat leert Derrida van zijn kat die naar hem kijkt.’ Derrida zal nooit Afrikaan worden, denk ik daarop.

Vrijdag 8 maart: ik bespied mijn katten steeds nadrukkelijker. Mijn zwarte poes springt op de vensterbank. Kijkt door het raam. Ik kijk naar haar. Blijf kijken

Iets kan/moet/zal veranderen in ons omgaan met dieren, met natuur, met de ander, begrijp ik nu. Iets kan veranderen met onze ethiek. Dat zal eerst en vooral gebeuren in ons kijken, maakt Ike duidelijk in haar betoog. Er schuift in dat kijken een lichamelijke en gevoelsmatige sensibileit, weet ze. ‘De zintuigen voelen dat reflexiviteit niet alleen een zaak is van ons denken én zelfbewustzijn, maar van ons hele bestaan als gevoelige, waarnemende lichamen in de wereld.’ (p.202). ‘Omgaan met dieren nodigt uit om het exclusieve beroep op onze ogen bij te stellen. Al is het maar omdat veel dieren intenser in een andere zintuiglijke modus bestaan.’ En ze besluit (p.203): ‘Naast een ethiek van aankijken en aangekeken worden, hebben onze relaties in de wereld andere ethieken nodig, die van oren, neus, smaak en tast.’

Als boeken ontdekkingreizen zijn, ontdekte ik deze week een nieuw continent. Ike Kamphof zette me een nieuwe bril op, een met voelsprieten en grijparmen eraan vast.  Haar denken en schrijven is er niet een van afstandelijk gadeslaan en precies optekenen, maar van langzaam observeren, van gevoelsmatig betrokken raken bij de dingen en bij de ander, van behoedzaam aftasten en zachtjes invoelen. Het zou me niet helemaal verwonderen als ze straks even aan m’n haren kwam snuffelen om me nog wat beter te leren kennen.

1 REACTIE

  1. Dag Mia,

    ben jij de Mia Vaerman die ik tijdens mijn brusselse tijd heb ontmoet in caf’s zoals “de Waltra” bij Guido (niet meteen een referentie) vlak naast de KVS ?
    Laat me iets weten…alvast bedankt.

    vriendelijke groet,
    André

LAAT EEN REACTIE ACHTER