Voortdurende discussie over de (al dan niet vrije) wil

0
7

Met het boek Vrije wil: een hersenkronkel? leveren redacteur Palmyre Oomen en auteurs als Ybo Buruma, Wil Derkse, Donald Loose, René Munnik en Rudi te Velde een bijdrage aan het bij tijden heftige debat over de fascinerende vraag naar de betekenis van neurowetenschappelijke bevindingen voor het denken over (on) vrijheid van ons willen en handelen. Het is geen welles-boek als reactie op spraak-makende nietes-boeken. Maar het wil wel iets aan het debat toevoegen: begripsverheldering, inzicht in samenhangen en meer opties om over na te denken. Opdat het denken niet stopt. Stan Verdult schreef op zijn weblog Spinoza.blogse een artikel naar aanleiding van deze uitgave. Wij danken hem hartelijk voor de toestemming het artikel ook op Filoblog te mogen aanbieden.

***

Van de vele boeken over het (al dan niet) bestaan van ‘de vrije wil’ die er intussen op de markt zijn (ik heb er in diverse blogs aandacht aan gewijd) is dit wel een van de betere. Ook al hebben er vele auteurs aan meegeschreven, het is al met al een zeer leesbaar en behoorlijk informatief boek geworden. He biedt een duidelijk inzicht in het maatschappelijk belang van het thema én een handig overzicht van de verschillende benaderingswijzen, alsmede een redelijke ‘state of the art’ van de wetenschapskritiek. Neurowetenschappers (op één na) werden er niet bij uitgenodigd – maar die haalden met De vrije wil bestaat niet (Victor Lammers) en Wij zijn ons brein (Dick Swaab) al genoeg invloed uitgeoefend. Dit uit een in augustus 2012 gegeven vijfdaagse masterclass voortgekomen boek (dat bewonderenswaardig snel eruit ontstaan is) is te zien als een interpretatie van en tegenwicht tegen die boeken; hoewel, zo schrijft redacteur Palmyre Oomen in de heldere inleiding, dit “niet een welles-boek [is] als reactie op hun nietes-boeken.”

Het werd een uitdagend en inspirerend boek, juist door de grote gevarieerdheid. Het al dan niet bestaan van de vrije wil is al een heel oude filosofische kwestie. Uit de geschiedenis van het vrije-wil-debat komen in aparte hoofdstukken het beroemde debat tussen Luther en Erasmus, en voorts de ideeën van Thomas van Aquino en Spinoza aan bod. Op de laatste kom ik zo. Het is altijd weer boeiend om te lezen over de polemiek die Erasmus en Luther met elkaar voerden over de keuzevrijheid en vrije wil (liberum arbitrium, Erasmus) versus de geknechte wil (servum arbitrium, Luther). Bij Aquinus gaat het, in het verlengde van Aristoteles, om het principe van de doelgerichte beweging, door hem een streven (appetitus) genoemd. De wil, dit streven, kan zich bij hem alleen richten op iets dat ‘sub ratione boni’ is, anders is het niet ‘wilbaar’. Wie dit leest krijgt nog eens beter zicht op hoe Spinoza dit allemaal omdraait door elke doelgerichtheid uit de natuur te halen. Zo wordt bij hem de appetitus geen doelgericht streven, maar wordt iets als goed en doel gezien doordat wij ernaar streven.

Uit diverse hoofdstukken komt heel duidelijk het onderscheid naar voren tussen vrijheid: n.l. keuzevrijheid (beschikken over alternatieven en anders hebben kunnen handelen) en wilsvrijheid als onbelemmerd in staat zijn je wil of streven door te zetten. In de filosofie is tegenwoordig minder aan de orde de vrije wil als ‘bewuste intentie’ resp. het vanuit bewustzijn in staat zijn je handelingen te sturen. Dat laatste wordt als verouderd cartesianisme door bijna alle filosofen tegenwoordig verworpen bij wie het bijna uitsluitend om de twee eerder genoemde varianten van vrijheid gaat. Maar opvallend is hoe, niet alleen in het publieke debat, maar ook door neurologen het (nog) bijna altijd gaat om het bewuste vrije aansturen van handelen. Ondanks dat het cartesiaanse dualisme met de mond verworpen wordt hebben de onderzoekdesigns bijna altijd een dualistische opzet. Dat ondervindt in dit boek van verschillende zijde kritiek, b.v. in het hoofdstuk van Pim Haselaar, die Lamme verwijt dat hij meer voorbeelden uit de sociale psychologie dan uit de neurowetenschappen komt, mar vooral dat bij hem niet duidelijk wordt: vrij t.o.v. wat? Het lijkt bij hem alsof het om mijn vrijheid t.o.v. mijn hersenen zou gaan, wat uiteraard onzin is. Mijn hersenen zijn onderdeel van mijzelf, hoe zou kik daar vrij van kunnen zijn (je proeft hier het overigens niet ernaar verwezen monisme van Spinoza). Volgens Haselaar ligt het belang van onze grote precortex in de grotere aandacht die wij aan zaken kunnen geven en zo via (her)overwegingen iets met onze ervaringen te doen, b.v. met het inzicht dat we moeten veranderen.

Lees hier het volledige artikel.

Lees op de website van de uitgever meer over Vrije wil: een hersenkronkel?

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER