We zijn allemaal toeschouwers, voyeurs

0
1
Iedereen voyeur - Ike KamphofFilosoof Ike Kamphof schrijft een boek over kijken en bekeken worden in de 21e eeuw. Wendy Degens interviewde haar voor het wekelijkse universiteitsblad Observant. Met haar toestemming (waarvoor we haar hartelijk danken) publiceren we het interview hieronder.

MAASTRICHT. Iedereen voyeur. Bij deze titel verwacht je een verhaal over mannen in lange regenjassen, op seks beluste types, gluurders. Mensen die kijken zonder zelf gezien te willen worden. Maar de voyeur van filosoof Ike Kamphof is geen pathologisch geval. Volgens haar is in de Westerse wereld iedereen voyeur. We leven in een kijkcultuur, een toeschouwercultuur “waarin we vaak de innige relatie met de wereld vergeten.” Een boek over kijken, maar vooral over het engagement met de omgeving.


“Kijken is het meest dominante zintuig, een metafoor voor hoe we in de wereld staan. De moderne Westerse mens is een toeschouwer, iemand die naar iets kijkt, op afstand”, zegt Ike Kamphof, universitair docent bij de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen. “Ik noem het een voyeuristische manier van kijken. We denken dat we los staan van de wereld, maar in het boek wil ik mijn lezers juist laten zien hoezeer hun blik is verweven met de omgeving – de natuur, de straat, het plein, de virtuele ruimte. Kijken 
is bekeken worden.”

De ondertitel luidt: kijken en bekeken worden in de 21e eeuw. Was het een eeuw geleden zo anders? “Ik denk wel dat het voyeurisme zich heeft uitgebreid, niet in de laatste plaats door de groei van sociale media en internet. Maar dit heeft ons niet per se veranderd, individualistischer gemaakt, zoals vaak wordt geroepen. We vertoeven met onze foto’s en status-updates in een sociaal netwerk. Ik reageer op jou, jij reageert op mij. Dus wat is er individualistisch aan? Het gaat erom wat mensen met internet doen, hoe ze het gebruiken. Ik vind het bijvoorbeeld geen enkel probleem om mijn buurvrouw – als ik zie dat ze online is – een berichtje te sturen via Facebook. Anderen zullen zich wellicht afvragen waarom ik niet even langsga.” Contact is contact, meent Kamphof. Ook al is het virtueel.

Knikje

“De identiteit van de moderne mens is een kwestie waar de samenleving ongelooflijk veel mee bezig is. Het gaat vaak over het individu, het ‘ik’. Begrijpelijk, zeker omdat mensen zich in deze tijd van globalisering steeds meer gaan afvragen wie zij zijn in het grote geheel. Maar ik vind het ook jammer. Laten we het hebben over onze relatie met een ander. Met dieren, met mensen op straat. Voordat we de vraag beantwoorden of we vervreemden van elkaar en in een anonieme maatschappij leven, zeg ik: laten we eerst echt kijken hoe we kijken. En dan valt het wel mee met die anonieme sfeer. We zijn in de openbare ruimte eigenlijk veel meer op elkaar betrokken dan menigeen meent. Er is vertrouwen en herkenning. Er is lichaamscommunicatie, want kijken doe je met je hele lichaam en niet alleen met je ogen. Als iemand de straat oversteekt, zijn er altijd wel automobilisten die contact maken en de voetganger voor laten gaan. Het is een kwestie van vertrouwen. Als we voortdurend kwaad verwachten, komt niemand meer de deur uit. Tijdens het schrijven ben ik me ook veel bewuster geworden van mijn gedrag. Ik let op mijn houding en hoe ik kijk als ik de trein in- of uitstap. Ik ben mensen meer gaan groeten. Niet uitbundig – dat hoeft ook niet – maar met een knikje of een vriendelijke blik.”

We vinden het prettig om te kijken, maar als we door anderen worden bekeken, ervaren we dat vaak als onaangenaam. “Het is een confrontatie met jezelf. Wie ben ik? Wat ben ik aan het doen? Wat heb ik aan? Jean-Paul Sartre heeft goed nagedacht over onze kijkende relatie met de ander. De blik van de ander wordt niet gezien, maar gevoeld, zegt hij. Als we in de trein in onze papieren rommelen of in de file door het autovenster staren, blijven we in de binnenwereld, dicht bij onszelf. De blik van een ander voelt dan als een inbreuk. Het frappante is: we hebben enerzijds de blik van de ander nodig, we willen bevestiging van andere ogen, willen gezien worden. Anderzijds is er die behoefte om op een goede manier gezien te worden: sportief, knap of intelligent.” Momenten waarop je niet op je allerbest wordt gezien, en die eerder schaamte en kwetsbaarheid oproepen, zijn er genoeg: struikelen over een stoeptegel, je rok die door de wind omhoog waait. Dit soort situaties maakt kwetsbaar. En juist dan komt het volgens Kamphof aan op de blik die de kijker werpt. Is die wantrouwend, negerend? In onderstaand fragment schetst ze haar eigen keuze: genegenheid, mededogen. Een keuze die volgens haar voor vertrouwen zorgt, “het begin van een relatie”.

“Op de stoep voor mij spreekt een vader zijn brullende peuter toe. Een hachelijk moment, opvoeden op straat. Niet voor niets staat het talloze keren beschreven in de adviesboekjes van pedagogen. Als ouder sta je daar min of meer naakt, gevangen tussen je verstand en je gevoel, de frustratie van je kind en de blikken van omstanders. Houd dan maar eens stand. Maar de vader die ik passeer, doet het niet zo beroerd. Ik kijk zo welwillend mogelijk en richt mijn blik op het oneindige achter het tweetal. Tientallen keren per dag, minstens zo vaak als we de ander in zijn voorkomen bevriezen, hullen we onze medemensen in een beschermend folielaagje. En die toegeeflijkheid is net iets anders dan elkaar negeren en met rust laten.”

Ike Kamphof (1959) is universitair docent bij de capgroep wijsbegeerte aan de faculteit cultuur- en maatschappijwetenschappen. Ze studeerde filosofie in Amsterdam en haalde haar doctoraat in Leuven aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Ze doet momenteel onderzoek naar zorgtechnologieën voor mensen met dementie.

Iedereen Voyeur. Kijken en bekeken worden in de 21e eeuw (2013). Uitgeverij Klement, Zoetermeer. € 19,95

GEEN REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER