Origine

Wij dragen bij ons de wonderen die we zoeken buiten ons

sir Thomas BrowneGevraagd om hier iets te schrijven over Sir Thomas Browne, zijn Religio Medici en mijn vertaling daarvan, valt het mij moeilijk daar geen gehoor aan te geven. De redenen zouden uit het vervolg vanzelf moeten blijken.

Tijdens mijn studie Engels in Leiden was Browne verplichte lectuur als typische vertegenwoordiger van de fraaie Engelse prozastijl (in Europa werd men misleid door de Latijnse titel) die in de Renaissance gecultiveerd werd en vanwege zijn al even representatieve status in de ideeëngeschiedenis van die periode. Na mijn kandidaatsexamen (dat toen nog bestond) kwam daar bij dat de hoogleraar Letterkunde Prof. Dr. A.G.H. Bachrach (in december 2009 op 95-jarige leeftijd overleden) mij uitnodigde doctoraalassistent te worden om te assisteren vooral bij het onderzoek aan een door hem eerder opgericht instituut ter bestudering van Engels-Nederlandse culturele relaties in het verleden. De naam ervan? Het “STBI”, of voluit “The Sir Thomas Browne Institute”, gevestigd aan het Rapenburg te Leiden. Wie mijn inleiding leest bij de vertaling zal begrijpen waarom die naam door Prof. Bachrach gekozen werd. Laat ik hier alleen vermelden  dat Browne zijn studie Geneeskunde in Londen, Montpellier en Padua afrondde in Leiden door daar in 1633 te promoveren.

Het verder uitwerken van de invloed van Leiden op Browne als auteur werd vervolgens een (zelfgekozen) studieonderwerp voor mij. Het resultaat is onder meer neergelegd in het eerste hoofdstuk van mijn Sea-Changes, (Rodopi, Amsterdam, 1996).  Maar het idee de hele  tekst te vertalen ontstond toen Prof. Bachrach in 1980 met emeritaat ging en ik besloot in een feestbundel hem enkele passages uit Religio Medici in vertaling aan te bieden.

Vertaalgeschiedenis was inmiddels een speerpunt van mijn onderzoek geworden. Eigen vertaalwerk hoorde daar overigens niet bij. Pas na mijn eigen pensionering heb ik mij daar meer serieus op geworpen, met het vertalen van de hele tekst van Religio Medici. Daarbij heeft Browne nog meer op zijn geweten. Zijn betoog culmineert namelijk op drie plaatsen in een ontboezeming in verzen. Die moesten dus ook vertaald! Daarbij wilde ik mij houden aan de versvorm en het rijmpatroon. Dat lukte wonderwel, althans in mijn beleving, en zozeer zelfs dat het mij op het idee bracht meer Engelse poëzie te gaan vertalen. Nu, een aantal jaren later, loopt dat al aardig in de richting van de 400 gedichten.

Inhoudelijk heeft Sir Thomas mij ook steeds geboeid. Wetenschap en geloof werden mij in combinatie met de paplepel ingegoten. Mijn vader was predikant (het laatst in Den Haag) en daarnaast ook vooral een geleerde (het laatst als hoogleraar in Brussel). In mijn inleiding bij De godsdienst van een geneesheer ga ik in op de manier waarop Browne het verwijt van “ubi tres medici duo athei” (waar er drie artsen zijn, zijn er twee ongelovigen) zoekt te ontzenuwen. Zijn oplossing was tijdgebonden maar het probleem, of misschien de paradox, allerminst. Een (veel te vroeg overleden) broer van mij, de scheikundige Drs A.J. Schoneveld, schreef over precies dit probleem o.a. in een boekje met de titel Christelijk geloof en gezond verstand; en het  kinderrijke gezin waaruit ik stam kende resp. kent daarnaast drie predikanten, en een even groot aantal uitgesproken atheisten.

En wat Religio Medici betreft, zijn blijvende klassieke status ontleent het aan de erin getoonde eigenzinnige persoonlijkheid van de auteur, zijn eerlijke ontboezemingen, de scherpte van zijn waarnemingen,  de onschokbare kwaliteit van zijn  geloof, zijn gezonde scepsis, de humor en de snedigheid van zijn formuleringen, vaak van een algemene geldigheid die hem een vaste plaats geeft in citatencollecties, en zijn stijl en beeldspraak, die hem een literaire lieveling maakte van Engelse schrijvers als Samuel Taylor Coleridge, Charles Lamb en Virginia Woolf, en die Adriaan van Dis er toe bracht voor het motto van zijn novelle Palmwijn, de oorspronkelijke Engelse tekst te kiezen van het gecursiveerde deel van wat bij mij luidt:

‘Ik kon mijn bespiegelingen nimmer tevreden stel­len met die algemene wonder­werken, de getij­denwerking van de zee, de op­komst van de Nijl, de draaiing van de naald naar het Noor­den, en pro­beerde steeds die te koppelen aan en terug te vinden in de meer voor de hand liggende en verwaarloosde delen der natuur, iets wat ik zonder verder reizen kan doen in de aard­rijks­kunde van mijzelf; wij dra­gen bij ons de wonderen die we zoeken buiten ons: gans Afrika, en zijn mirakels zitten in ons; wij zijn dat stoutmoedige en avontuur­lijke stukje natuur, dat hij die het bestudeert, zo wijs is te leren kennen in een samen­vatting, waar anderen op zwoegen per hoofdstuk en in een einde­loos boekwerk.’

Cornelis W. Schoneveld


Dr. Cornelis W. Schoneveld doceerde meer dan dertig jaar Historische Engelse Letterkunde aan de Universiteit Leiden. Hij vertaalde eerder Engelse gedichten uit de 16e tot de 19e eeuw, Bestorm mijn hart. Religio Medici is een uitgave in de reeks Origine.

Deel:
VORIGE ARTIKEL
Geplaatst door - - 0 reactie
VOLGENDE ARTIKEL
Geplaatst door - - 0 reactie

Geef een reactie