Filosofie

Zien is geluk

Iedereen voyeur - Ike KamphofZaterdag 9 maart vond in Mechelen (B.) de presentatie plaats van het boek Iedereen voyeur. Kijken en bekeken worden in de 21e eeuw van Ike Kamphof. Ann Meskens, onderzoeker voor de Rietveld Academie in Amsterdam, reageerde tijdens de presentatie op ‘Iedereen voyeur’. Zij schreef haar bijdrage voor de presentatie in de vorm van een brief in verwijzing naar de filosofische brieven die Ann en Ike elkaar schreven tijdens hun studie en aan het begin van hun filosofisch schrijverschap. 

Liefste Ike

Zien is geluk.
Zo open je jouw boek en ik zei bijna: -jouw brief.
Lezen is ook geluk, zou ik je willen antwoorden.
Ik was nog maar twee paragrafen ver in je tekst en ik zei al luidop bij mezelf: Oh, Ike!
(En hoor jij nu de vreugde, de herkenning, de waardering in deze uitroep?)

Het klonk onmiddellijk zo vertrouwd, weet je.
En ik wist: ja, dit is haar eigen stem, haar eigen timbre, en ook, jawel, die blik van jou die zich toont in en tussen de regels.

Gelukkig is die blik van zo lang geleden toen je me voor het eerst schreef nooit verdwenen: de nieuwsgierige, de liefhebbende, de denkende, de koesterende, -de schrijvende Ike…
Die volle Ike’s -blik die in een klein Frans dorp, – weet je nog? vlakbij de bergen, vlakbij de zee en nog vlakbij de filosofie – door een komieke Franse facteur vanuit België, Nederland en Canada tot bij mij op de mat werd gebracht.
Ik keek er altijd naar uit en ik moet zeggen: ik keek na elke brief ook beter uit mijn ogen, omdat jij intussen meekeek.
Natuurlijk is jouw blik ook niet meer dezelfde van toen: de moederende, de werkende, de pendelende (en ik bedoel nu pendelende als in op en af naar Maastricht om college te geven en niet jij met twee stokjes op zoek naar bronwater…)

Wij zijn al blij dat de keukenkraan werkt, toch,
en dat we met het werk, het gezin en onszelf van de ene dag in de andere geraken.

Ik dacht nog net:
we hebben intussen mobieltjes en internet, facebook en e-mailadressen, – je schrijft er in jouw boek trouwens zo verhelderend over – en
ik zou er niet eens meer moeten over waken dat Chausette, de zwarte hond met witte pootjes van mijn Franse hospita niet eerder jouw brief vond dan ik, en hem met veel smaak oppeuzelde (eigenlijk niet anders dan ik deed).
maar ja, wij schrijven elkaar minder.

Wat hadden we nog zeeën en bergen van tijd (ik blijf maar in de metaforen van toen) toen we nog meisjes waren, niet?
Of had de tijd nog meer tijd?

Maar zo dachten we ook nog maar onlangs:
pratend en luisterend alsof we niet in twee diverse ruimten vertoefden en geen hippe mobieltjes in ons hand hadden, maar het was alsof we elkaar bij dezelfde hand hadden genomen en ons onder een boom hadden gevleid, mét uitzicht.
Ach, het gesprek gaat toch door, en het wacht wel op ons, tot we als drukbezette vrouwen weer even tijd hebben, of moet ik hier toch het woord nemen schrijven.

Eigenlijk belden we de laatste keer niet eens als mensen met elkaar. Jij was twee badkonijntjes die mij op facebook en twitter afwisselde als stofzuiger. Niet dat dit ons gesprek hinderde. Gelukkig mogen ook grote mensen soms nog spelen, al moet jet het meestal wel kaderen als kunstproject (Fora en Fauna/Ja Natuurlijk) om ernstig genomen te worden.

Het is toch niet toevallig, dat zeiden we ook, dat wij beiden langs heel andere wegen in hetzelfde kunstproject terechtkwamen? Wie wil de oefening doen om als plant, dier, steen, als twee plastic konijnen of als stofzuiger twee weken lang vanuit dat gezichtspunt naar de wereld te kijken.

Wij natuurlijk.
Wij oefenen al een heel leven lang om met meer dan één blik naar de wereld te kijken, om verschillende standpunten in te nemen, om daar dan nog eens over na te denken, om toe te laten dat het ons leven verandert.

Wij liepen er school voor,
en zoals dat voor jou en voor mij nog steeds geldt,
omdat we niets liever doen,

kijken en zien of er iets te zien valt.

Lezen is ook geluk, zei ik je. Misschien omdat lezen ook zien is.

Weet je. Wij denken aan elkaar, we laten de groeten doen, en als we geluk hebben, praten we met elkaar en omhelzen elkaar innig – en oh, laat dat alles nooit ophouden, maar we lezen elkaar ook.

En nu ik jouw langste brief aan mij lees, denk ik toch dat je mij het meest nabij blijft in jouw schrijven.
Omdat het zo uitnodigend is
En ik mij als vanzelf weer in jouw blik nestel,
en meekijk,
en meegenomen wordt door jouw meeslepende Ikes-blik.

Het boek ligt vlak naast mij op mijn nachtkastje,
En ik omhels je,

Ann.

Ann Meskens studeerde Filosofie en Toegepaste Ethiek aan de K.U.Leuven en de Universiteit van Nice. Ze geeft lezingen en schrijft voor diverse tijdschriften en kranten, en werkt als freelance moraalfilosoof. Vanaf september 2010 werkt Meskens als onderzoeker voor de Rietveld Academie in Amsterdam.. Ze opende samen met haar echtgenoot Johan Vandenbroucke in 2008 boekhandel-koffiehuis ‘De Zondvloed’ in Mechelen. Van Ann Meskens verschenen  Tati (2005) en Eindelijk buiten: filosofische stadswandelingen (2007).

Deel:
VORIGE ARTIKEL

Geplaatst door - - 1 reactie
VOLGENDE ARTIKEL

Geplaatst door - - 0 reactie

Geef een reactie