Zwarte Piet

1
1

Ik moet eerlijk zeggen dat ik de zwartepieten-discussie niet volg. Ik voel me er ongemakkelijk bij. Ik kan er te weinig mee, als filosoof. Ik begrijp niet goed genoeg waar het over gaat, wat nu echt de verschillen zijn tussen al die felle voor- en tegenstanders. Ik krijg te weinig zicht op waar precies die ijsbergen onder water tegen elkaar botsen. Ik begrijp niet welke problematische begrippen in het geding zijn. En ik krijg de rust niet om te luisteren, om bij mijzelf te rade te gaan.

Tja.

Dat houdt mij dan weer bezig. Wat gaat hier mis? Ik heb altijd van discussies gehouden en beweer al heel lang dat het bij discussies nu eenmaal zo is dat de sprekers gewoon een rol spelen, dat ze zich in hun eigen gelijk vastbijten en zo tot de beste argumenten komen. Helemaal niet erg, heb ik altijd gevonden, omdat het publiek, de luisteraars, er als de lachende derde met de inzichten vandoor gaan. Zij leren het meest van zo’n debat. En de sprekers worden de dag daarop een beetje beurs en uitgeteld wakker, een beetje somber ook, omdat ze hun rol wel goed vertolkt hebben, maar daardoor de tijd niet hebben kunnen nemen voor de broodnodige nuance. Jammer voor ze, maar zo op zichzelf teruggeworpen krijgen ze alsnog de kans om hun inzicht in de problematiek te verdiepen.

Misschien is dat dan wat mij niet aan die zwartepieten-discussie bevalt. Dat de sprekers niet met elkaar in debat zijn, maar hun pijlen voortdurend op de tribune richten en hun toehoorders de kans niet geven langzaam hun mening te laten vormen. Je mag niet neutraal zijn, omdat neutraal als een mening opgevat wordt, en niet als een agnostische ruimte om er voor jezelf nog eens over na te denken. Je krijgt de tijd niet om te luisteren. Of om vragen te stellen. Je krijgt onmiddellijk een positie in je schoenen geschoven.

Niets voor een filosoof.

Ik hou juist van die schemerige stilte, van het uitstellen van een mening, van wat ik graag een “ommetje naar mijzelf” noem. Zonder al te snel op te schieten. Gewoon een beetje in de luwte proeven aan al die argumenten. En aan problematische begrippen.

Ik ga volgend jaar in Griekenland zo’n “ommetje naar jezelf” organiseren. Met een groepje mensen die er eens de tijd voor willen nemen. Ik zal een paar oude Grieken laten meelopen. En mijn boek Laat je niets wijsmaken als gids meenemen.

Je bent van harte uitgenodigd.

Jan Bransen

—-
Jan Bransen (1958) is hoogleraar filosofie van de gedragswetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Van zijn laatste boek, Word zelf filosoof (2010), zijn inmiddels 3 drukken verschenen. Dit boek stond op de shortlist van de Socrateswisselbeker 2011. Met zijn boek Laat je niets wijsmaken won hij de Socrateswisselbeker 2014.

1 REACTIE

  1. Dag Jan – laat me eindelijk ook eens reageren op – via – je blog. Je weet dat ik al sinds Quincy Garioa van zich deed horen ijverig de ZP-discussie[-die-maar-geen-discussie-wil-worden volg, in Trouw, deGroene Amsterdammer, Doorbraak, op TV en pogingen tot beter begrip doend via DVD’s als Twelve Years a Slave en lijvige boeken over slavernij maar nu Twotter inderdaad ca. ‘ontploft’ is en de NPO als zodanig quasi gelyncht sedert het Sinterklaasjournaal gisteren de eerste Witte Piet presenteerde heb ik er geen zin meer in. Hier is inderdaad geen filosofie van te maken, geen kritisch draad om aan te trekken, Je zegt: “Ik begrijp niet welke problematische begrippen in het geding zijn.” Dat had ik me eerder moeten realiseren … Afgelopen maandag deed sociaal-filosoof Hans-Dirk van Hoogstraten in een open debat in het Erasmusgebouw intelligente pogingen om de strijdende partijen [die zich vooral in de Randstad ophouden] tot Hegel te bekeren, hen uit te nodigen tot werkelijke dialectiek, maar inmiddels denk ik dat het aan dovenmansoren gericht is. Ondertussen raad ik iedereen wel degelijk het Sinterklaasjournaal aan! Elke dag tot aan 5 dec., ca. 20 min. Goed te doen – tegen de slechte zin 🙂

LAAT EEN REACTIE ACHTER